Zand erover, dichtgegooid: klaar

‘Armen in Haarlem niet langer naamloos in graf’ (bericht)
Op de Algemene begraafplaats van Haarlem komt een aparte plek voor mensen die hun eigen begrafenis niet kunnen betalen. Er is plaats voor zestig graven en alle doden krijgen een grafteken met naam, geboortedatum en overlijdensdatum.
Vroeger was dat anders vertelt straatpastor Joris Obdam in de krant: “Een kale en kille bedoening, rond een uur of negen in de ochtend. Naamloos in de dood. Als je het bruut wil zeggen: Zand erover, dichtgegooid, klaar.”

Ik vraag me al een tijdje af hoe het elders in Nederland gaat. Wat gebeurt er bijvoorbeeld met de arme doden in mijn eigen regio? Liggen ze in een hoek van het kerkhof? Staat er een bordje op het graf? Een nummer misschien? Of is het begroeid met gras?

Ik heb het nog niet kunnen achterhalen maar goeie kans dat het ook in Nederland verschilt per streek. Net als in Amerika waar armen soms tussen de ‘gewone’ doden worden begraven, soms in -goedkope- kisten en  soms in bodybags.
Met een enkele keer een sobere uitvaart, vaker het verbod erbij aanwezig te zijn (ivm liability issues). Soms redelijk nette velden met stenen naast elkaar. Ook al zijn het vaak brekelige bakstenen. Soms velden zonder enige aanduiding wie wáár ligt.
Soms in rijen bovenop elkaar.

Vorige week ontstaat er ophef over dat mensen bij Chicago begraven worden in zo’n veld. Met gestapelde kisten.
Men weet al decennia dat het veld er is en ook dat er zo wordt begraven.
Het zijn de foto’s die het ‘m doen.
Ik kan ze hier ivm copyright niet plaatsen maar klik even door – de werkelijkheid kan als je ‘m ziet pas echt hard zijn.

Gevonden

Achteraan, tegen de bosjes, ligt op rij 2 graf 40.
Op het Potter’s Field van Terrace Park Cemetery in Holtville, Californië.

Het is het graf van Lloyd Henegar.
Een baksteen met zijn naam erin gegrift. Tussen de vele John Does en (vooral) mensen met Spaanse namen.
Ik fotografeer het in het voorjaar van 2011 en maak er in september op Find a Grave een memorial voor.

Familie kan op Find a Grave vragen om een ‘transfer’ van een Memorial.
Ze kunnen het dan zelf verder optuigen zonder steeds aan de maker te vragen of die er nog wat informatie op wil zetten.

Ik heb intussen 2500 memorials gemaakt en ik heb er twaalf overgedragen.
Geen ervan lag op een Potter’s Field – tot een paar weken geleden iemand vraagt om Lloyd Henegar.

Ik draag hem over en van een steen wordt hij een mens.
Met een tweede voornaam. Lloyd blijkt ‘Jr’ te zijn.
Hij is geboren in 1951 in Tennessee en gestorven in 1997 in Imperial.
Hij moet érg arm zijn geweest dat ze hem hier hebben begraven en niet op Memory Gardens in Imperial zelf.

De familie komt uit Duitsland, mailt mij zijn familielid. Daar heetten ze Heneger, wat eenmaal in Amerika is veranderd in HenegAr.
Een deel is zoek geraakt tijdens de Civil War, de meesten werkten als arbeiders in Alabama en Georgia.
Deze Lloyd Henegar heeft acht broers en zusters, vier ex-vrouwen en vier kinderen.
Tot nu toe: onvindbaar. Net als zijn ouders.
Des te bijzonderder dat hij – door mij! – is gevonden.

Daar doe ik het dus voor.
Anderhalf uur staan stoven in de brandende zon, klik-klak, stap opzij, klik-klak, stap opzij, klik-klak.
En dan invoeren, 1 voor 1. De saaie stenen, vage namen.
99 van de 100x zinloos – omdat niemand zal zoeken en dus ook niet vinden.
Tot nu Lloyd Henegar.

In mei 2012 ga ik terug naar deze begraafplaats.
Ik zal bloemen meenemen voor Lloyd.

Een plek onder de zon

Interessant, die begraafplaatsen.
Mooie stenen, boeiende mensen eronder, wie zouden de nabestaanden zijn.

Ik maak foto’s, ik (onder)zoek, ik vertel er hier over.
Ik voeg Memorials toe aan Find a Grave. Soms heb ik even contact met een familielid.
Een Amerikaan(se).
Meestal bezig met de stamboom en daar bijgevoegd de graven.
Blij als ik per ongeluk een voorvader heb toegevoegd. Of een foto.

Deze zomer zoek ik in de eigen stamboom.
Een beetje. Want al snel is het zo verslavend dat ik het niet meer leuk vind.

Wat ik eraan overhoud: ik wil mijn eigen graven om te bezoeken.
Graven om bij stil te staan, bij ontroerd te raken, onkruid bij weg te halen, mussenpoep te verwijderen, bloemen bij te leggen.

Ik vind 1 graf.
Mijn tante Mieke. Een non (her)begraven in een duograf met een andere non. Intens saai graf. Duidelijk niet bedoeld om te versieren met engeltjes en planten of boeketten.
Twee uur rijden van hier. Dat vind ik ver.

Mijn vader is gecremeerd en verstrooid. Mijn oma ook. En mijn man.
Mijn moeder is ‘geruimd’. Niet zijzelf, zegt de begraafplaats, alleen de steen. Ik vraag iemand in Eindhoven een foto te maken van de plek. Met de steen voor een ander, ok, maar daaronder ligt mijn moeder dus is het mijn plek.
Ze kan het graf niet vinden en vindt de begraafplaats maar somber dus: geen foto.

Ik denk dat opa Frederiks (vader van mijn moeder) moet zijn begraven. Ik vraag het bij de begraafplaats waar mijn moeder ligt. Nee, hij ligt er niet.
Ik vraag ook of -je weet nooit- de ouders van mijn vader er zijn begraven.
Ook niet.

Ik vraag aan een verre oom van mijn moederskant die aan genealogie doet en met wie ik daarover even contact heb of hij iets weet over de graven. Van gemeenschappelijke ooms en tantes.
Hij denkt dat hij weet waar ze begraven zijn, hij zal het andere familieleden vragen. Hij zal het me mailen. Ik hoor nooit meer iets.

Steeds vaker denk ik: het lijkt me fijn een eigen plek onder de zon te hebben waar mijn dierbare ligt. Wat niet meer kan, want: weg zijn de resten.

Op het kerkhof in De Rijp is een vrouw die als meisjesnaam Frederiks heeft.
Ik heb even gedacht: zal ik die kiezen als ‘mijn plek’.
Maar zo werkt het toch niet.

Interesting facts

APCRP houdt zich bezig met het vinden en in kaart brengen en beschrijven en beschermen van de graven van de pioneers.
In Arizona.
Daarover sturen ze me een paar keer per week berichten.

Soms is er iets grappigs bij, iets wetenswaardigs, een combi daarvan.
Zoals dit. Waarbij ik vaak denk: zou het wel wáár zijn.
En dan: het zóu kunnen.

Interesting facts about the 1500s dus.

Holding a wake
Lead cups were used to drink ale or whiskey.
The combination would sometimes knock the imbibers out for a couple of days.
Someone walking along the road would take them for dead and prepare them for burial.
They were laid out on the kitchen table for a couple of days and the family would gather around and eat and drink and wait and see if they would wake up.
Hence the custom of “holding a wake”.

The graveyard shift
England is old and small and the local folks started running out of places to bury people.
So they would dig up coffins and would take the bones to a bone-house, and reuse the grave.
When reopening these coffins, 1 out of 25 coffins were found to have scratch marks on the inside and they realized they had been burying people alive.

So they would tie a string on the wrist of the corpse, lead it through the coffin and up through the ground and tie it to a bell.
Someone would have to sit out in the graveyard all night (the graveyard shift.) to listen for the bell; thus, someone could be, “saved by the bell” or was “considered a dead ringer”.

FYI.

Bijzonder bord

Sommige begraafplaatsen hebben wel heel bijzondere arrangementen

Lawn cemeteries

Ik ben gevoelig voor engelen en Jezus en Maria. Ik ben ook gevoelig voor kaboutertjes en beestjes.
Mijn favoriete begraafplaatsen kunnen me niet kleurrijk genoeg zijn.
Zet tussen de beelden nog wat ingestorte kruisen, leg wat prulletjes neer, laat een vogel melancholiek ergens plaatsnemen en ik geniet.
De doden en hun nabestaanden spreken tot me via hun voorwerpen.

Lawn cemeteries bieden minder fraais.
Platte stenen in een grasveld.
Bordjes over wat er allemaal niet mag worden neergezet en het dreigement dat alles zonder pardon wordt verwijderd als je een engeltje achterlaat bij je dierbare overledene.
Of een bos bloemen losjes drapeert ipv die te deponeren in de bij de receptie te verkrijgen officiële begrafenisvaas.

Ook hier hebben de doden hun geschiedenis.
Die soms blijkt uit een tekst op de steen.
Maar je moet meer je best doen. De onbekende bezoeker (ik) krijgt de sfeer niet aangewaaid.

Hoe het is onder die stenen begraven te zijn, had ik me eigenlijk nooit afgevraagd.
Nu zoek ik naar informatie over Evergreen Cemetery in El Centro. Hopend op een plattegrond.
Die vind ik niet.

Wel vind ik dit:
I asked my friend to take me to the local cemetery so she brought me here, where her parents, grandparents and other members of her family are buried.
It’s very pretty and green, especially in the older section where gravestones are allowed.

Only flat stones that are easy to mow over are allowed in the newer section.
I don’t think I’d like to be buried where a lawnmower was going to be waking me up all the time.

Daar ga ik over nadenken.

Memorial Day

Op Memorial Day 2011 rijd ik van Kingman naar Yuma. Onderweg doe ik Parker Cemetery aan. Ik wil zien hoe het arme deel achterin erbij ligt. En verheug me ook op de vlaggetjes in het mooie deel. Altijd een feestelijk gezicht.

Het is razend druk. Niet met mensen die hun doden bij een eigen steen gedenken maar met feestvierders. Twee tribunes staan klaar. Een Mexicaans uitziende man (sombrero, gitaar) staat bij een geluidsinstallatie. Auto’s rijden aan en aan. Parkerend naast het arme deel. Want de parkeerplaatsen elders zijn al vol.

De arme begraafplaats lijkt iets opgeknapt. Een aantal verse (maar naamloze) kruisen. Terwijl ik rondloop komt een man aanhollen. Hij plaatst twee vlaggetjes. Een bij een steen waarop staat dat de man in een oorlog heeft gevochten. De ander bij het naamloze kruis ernaast. Ook een soldaat? Zou hij blij zijn met die ene vlag 1x per jaar. En waarom krijgt het 2e naamloze kruis in hetzelfde rijtje niets?
Ik laat er een pebbel bij achter en vertrek. Via een achteruitgang/sluipweg. Want het feest staat nu echt op het punt van uitbarsten.

Quartzsite
Quartzsite cemetery is geheel verlaten. Ik ben de enige bezoeker. Maar iemand ging me voor. Met identieke vlaggetjes en rode glitterkransjes. Voor graven waarop staat dat mensen in oorlogen hebben gevochten. En voor een aantal graven van pioniers. Vochten die ook in oorlogen? Of wordt hun hele leven als ‘oorlog’ (=strijd om het bestaan) beschouwd?
Toch niet, dat laatste, denk ik. Want niet *alle* verder erg primitieve graven (sommige zelfs zonder naam) kregen een vlag.
Misschien streden ze toch in WO I?

Yuma Cemetery
Er is nog 1 begraafplaats waar ik vlaggetjes wil zien. Yuma Cemetery.
De vlaggetjes zijn uitgedeeld en waar nodig ook kruisen, lees ik in de Yuma Sun. Ze worden geplaatst door Sons of the American Legion and American Legion Auxiliary Unit 19 (SAL) – al meer dan 40 jaar. Deze week misten ze ruim 100 kruisen. Die bleken vorig jaar te zijn weggehaald door een andere zorgzame groep. Om vernieling te voorkomen. Nu hebben ze ze terug. En hebben ze ze geplaatst.

Op goed geluk bezoek ik vandaag een paar secties van de begraafplaats. Masonic. Het allerarmste county deel. En -met de auto- de Catholic Section.

Ik zie vlaggetjes maar niet erg veel. Ook hier staan ze bij enkele graven zonder naam of oude stenen waarop niets staat vermeld over het zijn van oorlogsveteraan. Het lijkt wel of deze vrijwilligers beter zijn geinformeerd over wie er op Yuma County is begraven dan de stad zelf (van veel mensen hoorde ik al dat ze daar hierover weinig weten).

Catholic Section wil ik ook nog bezoeken. Geweldig: iemand heeft een vlaggetje bevestigd in de hand van een zegenende Jezus. Het wappert in de wind. Alsof Jezus er boven een graf mee staat te zwaaien.
Misschien heel letterlijk bedoeld: Godd bless the USA?

Moederdag

Vandaag wil ik Desert Lawn Memorial Park nog eens bezoeken.
Dat blijkt geen goed idee.
Auto’s rijden af en aan. O ja: moederdag.
Een slecht moment om als vreemde met een camera er tussendoor te lopen.


Ik rijd door naar het stukje Old Cemetery dat direct achter de heg ligt.
Totale vergankelijkheid. Een grote zandvlakte met een enkele stenen en kruisen. De meeste ervan onleesbaar. Wat er met de rest is gebeurd, is een raadsel.

Bij een zeldzaam graf liggen nog wat (oude) kunstbloemen.
Verder vooral troep. En prikplantjes. En helemaal *niets*.


Ook geen bezoekende familieleden. Al een hele tijd niet meer.
Extra bitter met uitzicht op de aangrenzende begraafplaats.

Er stopt een auto terwijl ik er rondloop.
Een vrouw. Een mooie Latina. Ze komt even langs bij een graf in een aan de zandvlakte grenzend verdroogd grasveld. Om te kijken of haar zuster de bloemen wel goed heeft neergelegd.
We raken aan de praat. Over de contrasten.

Dan gaat ze verder. Naar de buren. Waar haar man begraven ligt.
Zij (67) was 47 jaar met hem getrouwd, vertelt ze. Elke moederdag gaf hij haar een roos.
Nu gaat zij hem een roos brengen.
Lief.

Het graf van tante Mieke, op zoek naar mijn wortels

Waar ben ik aan begonnen denk ik wanneer ik na anderhalf uur nog stil sta op de rondweg rond Amsterdam en intussen heb ontdekt dat ik mijn goede camera ben vergeten.
Wanneer ik even na half elf (ik ging om acht uur van huis) Udenhout binnenrijd, ben ik kapot.
Maar de St. Lambertuskerk torent hoog boven het dorp en daar achter is het kerkhof waar mijn tante Mieke is begraven.
Ergens rechts moet het zijn. Achter de kindergraven.
Dan allemaal identieke graven en één ervan is zij, schreef me de parochiesecretaresse.

De begraafplaats is mooi. Vriendelijk. Alle mensen die er rondlopen groeten aardig.
De hectiek van de autorit ben ik binnen een minuut kwijt.
Op een soort terp staat een kruisbeeld met Jezus en naast hem Jozef en Maria.
De zon staat er achterop en door de boombladeren is het een feeëriek schouwspel.
Tegen de heuvel ligt een aantal boeketten. Nog in cellofaan.

Rechts ervan zijn kindergraven. Daarachter de kruisjes van de nonnen.
Twee zusters per graf. Meest met enkele maanden tussen de sterfdatums.
Wat zouden ze gedaan hebben, vraag ik me af. Begraven en ruimte laten voor nummer 2 en dan een kruis?

Het graf van tante Mieke staat op de tweede rij. De eerste rij waarin alleen maar nonnen zijn begraven. Het vierde graf van links. De steen is ietsje minder vies dan de andere.
Verder zijn het identieke perkjes met hei, vers aangeharkt.
Om 1 kruis hangt een rozenkrans. Wat een mooi gebaar denk ik.

Het zien van het graf grijpt me aan. Ik voel me inderdaad ter plekke wortel schieten.
Ik ben ontzettend blij dat ik ben gekomen. Ik dwaal over de rest van de begraafplaats. Maak af en toe een foto met mijn kleine Coolpix.
Het is maar goed dat ik de Olympus niet bij me had. Die maakt het me makkelijk afstand te scheppen tussen wat ik zie (en fotografeer) en wat ik voel. Dat zou hier niet hebben gepast.
Sterker: het zou helemaal verkeerd hebben gevoeld.

In een uur heb ik 4x via verschillende routes het graf benaderd.
Die laatste keer was ik met een bejaarde vrouw die me vriendelijk vroeg of ik wat zocht. Zij vertelde me dat ze vroeger gewerkt had in het klooster Felix. Dáár zaten de nonnen. En dáár waren oorspronkelijk hun graven. Ze zijn daar vandaan naar dit kerkhof verplaatst.

Waarom voor een aantal van de zusters maar 1 grote verzamelsteen was weggelegd, wist ze ook niet.

Geen wortels aan m’n boom

Al een jaar fotografeer ik begraafplaatsen en speur naar het verleden en de relaties van dode mensen.
Ik zet informatie op Find A Grave en af en toe krijg ik een mail: wat fijn dat je het graf vond van ver familielid X (of de foto van de steen plaatste bij het graf van Y). Met niet zelden vermeld dat iemand al jaren werkt aan het natrekken van haar voorvaderen en voormoederen: de stamboom.

Ik heb daar niks mee.
Wat waarschijnlijk komt omdat ik geen goede herinneringen heb aan mijn familie. Ik weet er ook niets ván verder dan die paar mensen die ik ken(de). Die nu dood zijn. En zo niet – dan weet ik het niet.

Maar opeens denk ik aan mijn wel-directe-familie.
Mijn overleden ouders. Mijn overleden grootouders (van moederskant – de andere heb ik nooit gekend). Mijn man.
Sommigen zijn gecremeerd (en ter plekke uitgestrooid). Sommigen zijn begraven.

Ik denk en denk en kan me nog nét het kerkhof herinneren waar mijn moeder ooit is begraven (en ook: geruimd). Alle anderen -op het cremeren van mijn man na- : geen idee.
Dat wist ik natuurlijk al jaren. Maar opeens maakt het me onrustig.

Ik google (wat leidt tot niets).
Ik herinner me dat ooit Alie en Louise (tantes 1 stap verder) bezig waren met een stamboom. Althans ik meen me te herinneren dat oma me dat vertelde. Ik google op Alie en Louise Langerak. En realiseer me dan dat ze iets ouder waren dan mijn moeder.
Dat zou ze nu in de 90 maken.

Opeens voel ik me ‘ontheemd’.
Wat knap bizar is voor iemand die verder niks met haar familie *wil*.

Glad to be of help

Laatst overviel me: kan dit wel.
Wat raar was want ik ben nu bijna een jaar met deze site bezig en eerst kon ik er voor mijn gevoel niet genoeg tijd aan besteden.
De twijfel sloeg toe om twee redenen.
Ik heb nog enkele begraafplaatsen (en vele graven) ‘liggen’ uit Amerika. Maar wat ik in september voelde kan ik nu alleen nog globaal terughalen. En zo was het niet bedoeld. Het gaat me juist om eerste indrukken, directe ervaringen.

De andere reden was een zekere gêne mbt de begraafplaatsen hier.
Mocht ik wel spitten in het verleden van mensen wier nabestaanden het mogelijk zouden lezen? Deed ik misschien mensen pijn.

Gisteren krijg ik mail. Een Amerikaanse vrouw vraagt me een Memorial die ik op Find a Grave zette aan haar over te dragen. Het graf ligt op dat prachtige, slecht onderhouden maar betoverend mooie Yuma Cemetery en is van haar overgrootvader (“ggrandfather“).
I would like a transfer so I can write up a nice bio of his life and death—he died while swimming in a river and left a wife and eleven children.”

Natuurlijk draag ik de Memorial over. Dan stuurt ze me een verzoek.
I am having a hard time finding the grave of his wife. I was told she is also in the Yuma Cemetery but when I called, they were unable to locate any information on her.
Several years after her husband died, she remarried but it wasn’t a good marriage and they separated.
When she died, she still had the second husband’s name. But because of the 11 children and the stories I’ve been told, I still think she is buried either next to her first husband or somewhere in the Yuma Cemetery.
So, since you spend time in Yuma, if you ever run across Mary D. Trull or Mary D. George 1874-1943, please let me know.”

Ik heb geen idee wáár ik de steen zou moeten zoeken en Yuma Cemetery is enorm.
Maar na het doorzoeken van mijn foto’s vind ik twee overzichtfoto’s waarop de steen van ggrandfather op de achtergrond staat.
Ik dénk nu te weten in welk deel van de begraafplaats dit is.

In mei ga ik zoeken.
Vooral blij dat dit niet een rare privé obsessie is maar dat ik er ook iets mee kan betekenen voor anderen.

 

Zomaar een berichtje uit een krant (1935)

Buckeye Man Found Slain

Buckeye Az. Dec 9, The___ desert north of here today held the solution for a third mysterious death that wiped out the family of a homesteader.
The dismembered body of Kage A. Atkinson, 78, was found in a lonely canyon six miles northwest of here by cotton pickers. He apparently had been murdered, deputy sheriffs said. He obviously had been dead for months.

Atkinson had been missing since July 14, when his 70 year old wife and their 40 year old daughter were found dead in their cabin. The older woman lay in bed, her face covered with a cloth, beside her in a rocking chair was the decapitated body of the daughter. Her head lay on the floor near the chair.

So far as known officers said the family had no enemies and were too poverty stricken to make robbery a motive.
The Atkinsons were Negros.

The Yuma Daily Sun Monday Evening Dec 9, 1935

(bron)

Wichelroede lopen

Ik ben sinds september lid van APCRP.
Zelf draag ik niets bij behalve $ 10 p.j. als ‘booster’.
Ik maak gebruik van hun beschrijvingen voor eigen cemeteries-dwalen en ik lees hun berichten.

Vandaag een bericht over graven bij de Peck Mine.
Een Virgil Snyder die daar woont had verteld dat hij er twee honden had begraven – vandaar in elk geval al twee graven. Twee mensen van APCRP gingen op onderzoek en (lees ik) “With limited research we found six unmarked graves (none of which were animals).”

Ik mail: hoe weten jullie dat zo zeker. En krijg als antwoord dat noch miners noch pioneers hun dieren begroeven zodat de kans sowieso al klein was maar verder hebben ze aan ‘dowsing’ gedaan.
Met een link. En “Be skeptical that’s absolutely acceptable, but just try it, you will be amazed”.

Ik klik op de link.
Dowsing blijkt een soort wichelroedelopen.
Je moet oefenen op officiële begraafplaatsen. Niet kijken naar de steen, kijken wat je materiaal doet en dan checken of het klopt.
En dan je uitleven op niet gemarkeerde graven.
Bij 90% van de mensen werkt het.

Ik ben iha sceptisch maar de laatste jaren steeds minder omdat ik best nieuwsgierig ben naar wat ándere mensen beleven en waarom. Zo zoek ik ook al een tijd naar God maar ik kom niet verder dan dat hij me op begraafplaatsen heel dwingend kan aankijken (wat me bang maakt).

Nu het probleem.
Een ‘dowsing rod’ maak je uit twee metalen kleerhangers.
Kom daar nog maar eens om.

Potholes

Potholes Cemetery is de eerste oude begraafplaats die ik (op 9 september 2010) vanuit Yuma bezoek.
Met deze routebeschrijving in de hand ben ik op het ergste voorbereid. Na het gat Bard komt links een winkel die Cole’s Corner heet en dan een mijl verder ‘a bridge crossing a canal’. Daar moet ergens een ‘State Historic Marker’ zijn. Die is er inderdaad en die is zó groot (met parkeerplaatsje erbij) dat ik me niet kan voorstellen dat iemand ‘m over het hoofd ziet.

Hierachter zijn ‘a couple of dirt roads’: kies er maar een.
You will see signs posted warning people not to trespass. If you choose to continue, turn right when you get up on to the canal. The cemetery lies just a few hundred feet away, almost directly under the power lines.

Ik besluit niet de auto een willekeurige dirt road naar boven op te rijden maar te voet te gaan. Ik zie inderdaad een ‘No trespassing’-bord en daarachter het All American Canal (erg mooi). Dan draai ik me half om richting power lines en: daar is het. Prachtig gelegen met uitzicht op een deel van de Imperial Valley. Hek er omheen. Verklarende teksten bij de ingang.

De geschiedenis van Potholes staat op 1 van de stenen. Daarop staat ook dat de echte begraafplaats aan de andere kant van het Canal lag en dat in 1935 is besloten de lichamen op te graven en naar hier te verplaatsen.

Veel van de graven worden gemarkeerd door wat stenen en een houten kruis (of deel daarvan) of een klein metalen markeerplaatje zoals mortuaria die bij graven plaatsen. De meeste zijn slecht of helemaal niet leesbaar. Waar ze wél leesbaar zijn, komt dat door familie die recent is begonnen met de graven in ere herstellen.
Opmerkelijk: ook veel onherkenbare graven hebben bloemen of een ander ornament.

Ik weet dat het optuigen van de graven recent is omdat ik foto’s nam voor Find a Grave en een vrouw van wie er familie ligt me mailde of ze de foto’s mocht gebruiken voor een website over haar stamboom.
Ze was zelf een paar jaar eerder op Potholes geweest en toen waren de bewuste graven nog slechts hoopjes steen.

Jane en John Does en John Hare

Parker Cemetery was de eerste begraafplaats waar ik stenen zag voor John Doe en Jane Doe.
Ze troffen me zo dat ik me tot taak stelde zoveel mogelijk John en Jane Does een plaats te geven op Find a Grave, waar ik een Virtual Cemetery oprichtte voor diegenen die nog niet door anderen waren gevonden.
De meeste vond ik tot nu toe op Yuma Cemetery – waar ik er vast nog veel meer zal vinden wanneer ik die begraafplaats vaker bezoek.

Dit waren mijn eerste Does. Gevonden op Parker Cemetery.

 
 

Op 4 oktober 2010 bezoek ik deze begraafplaats opnieuw.
Nu bekijk ik vooral het oude, arme deel dat The Garden of Hope heet. Met erg veel vervallen graven, afgebroken kruisen, onleesbare stenen. Graven zonder stenen.
Zeer goed mogelijk dat een deel ervan Jane en John Does betreft. Maar ik vind maar twee graven die als zodanig te herkennen zijn.
Er zijn er meer op deze cemetery, want er staan er meer op Find a Grave. In The Garden of Tranquility, tegenover The Garden of Hope. Die bezocht ik nog niet.

Dit zijn de graven die ik zag in The Garden of Hope.

 

Omdat ik graag het graf van mijn eerste Jane Doe wou bezoeken liep ik naar het deel van de begraafplaats direct achter de ingang waar het moest liggen.
Ik begrijp er niets van, maar ik vind haar niet. Het zal aan mij liggen, te lang al aan het dwalen, te warm.

Wat ik wel vind: deze steen. Ik vermoed dat de man als onbekende is begraven en later toch is geïdentificeerd. Hoe? Geen idee.
En wat ik ook niet begrijp is dat hij dan een steen krijgt met zijn echte naam en een ‘aka’ John Doe.
Alsof er anders verwarring zou ontstaan omdat iemand op zoek zou zijn naar John Doe #128 en dat graf dan niet zou kunnen vinden omdat de onbekende intussen een naam heeft.

Wereldlichtjesdag

Het is vandaag Wereldlichtjesdag.
De dag waarop we om zeven uur vanavond een lichtje aandoen. Een kaarsje branden.
De wereld wordt zo even letterlijk wat lichter voor mensen die een kind verloren hebben, en daarnaast is er het besef dat je niet alleen bent met je verdriet.

Ik dacht: daar moet ik aandacht aan besteden.
Maar wat kun je zeggen behalve dat het heel erg is.
En dat zeg ik al impliciet telkens wanneer ik foto’s van graven plaats en daarbij voor kindergraven kies.

De afgelopen week was ik bezig met de begraafplaats van Parker, AZ.
Zomaar twee foto’s van die begraafplaats die ik nog niet plaatste.

En een kaarsje.

Dilemma

Ik ben bezig met het toevoegen aan Find a Grave van graven van arme mensen van Terrace Park Cemetery in Holtville, Californië.
Mensen die in Potter’s Field zijn begraven tussen de John Does. Met alleen een baksteen en het nummer van hun grafplaats.

Ik google ze altijd even. Voor het geval er iets meer over ze te melden valt dan: onder deze treurige baksteen ligt Jack of Isaac of Judith.
Ongeveer zestig graven heb ik al ingevoerd en nooit heeft google enige informatie.
Tot nu. Over een man met de achternaam Lankford – klik op de foto voor de voornaam.

Ergens op een genealogie-site heeft een vrouw tien jaar geleden vermeld: “I am the daughter of (…)  Lankford (whereabouts unknown) and Mary Loriene Becknell, of Neosho Missouri. I am the 4th child..”
Whereabouts unknown.
Dit kán die (…) Lankford zijn. Het hóeft natuurlijk niet.

Moet ik deze vrouw nu melden dat ik misschien het graf van haar vader heb gevonden? Dat hij als een pauper is gestorven in Holtville, Californië?
Zou ze dat willen weten?
Misschien is het wel niet eens haar vader.
En misschien is ze zelf wel dood (het bericht is van tien jaar geleden).

Dit heb ik nog nooit bij de hand gehad.
En ik neig tot: niets doen.

(nb eerst stond de volledige naam in dit stukje, tot ik door een comment erop werd gewezen dat áls de vrouw zou googlen op haar vader ze zou belanden op een Nederlandse site waarop zijn naam werd vermeld = verwarrend)

For better and for worse en voor altijd samen in de dood

Er zijn veel graven waar 1 helft van een echtpaar al in is begraven en waar op de ander wordt gewacht.
Op die graven staat vaak de huwelijksdatum vermeld. Soms ook een foto van het hele echtpaar.
En een tekst als ‘voor altijd bij elkaar’.
Daarop is het even wachten als de ander nog leeft maar veel oudere mensen volgen elkaar snel in de dood (waarvoor allerlei verklaringen zijn).

Hoewel ik er intussen aan gewend ben, blijf ik me er ongemakkelijk bij voelen tenzij de oude mensen 80-90 zijn.
Natuurlijk is niet vanzelfsprekend dat ze dan 60-70 jaar echt zielsveel van mekaar hebben gehouden, maar de kans dat ze nog met een ander iets moois beginnen is niet zo groot.
Dat ligt al anders wanneer de achtergeblevene 50-60 is.
Die kan zomaar opnieuw verliefd worden.
En dan zit je toch raar te kijken met een steen waarop al staat vastgelegd dat je met de vorige partner na de dood én wilt worden begraven én in de hemel gelukkig wilt zijn.

Echt ongemakkelijk voelde ik me bij deze steen op Terrace Park Cemetery in Holtville.
Hector Javier is op 26 april 2001 met Olga Dennise getrouwd toen ze 18 was (en hij 19).
Zeven jaar later was hij dood (hij was 26 – zij was 25).
In zijn graf is ruimte voor haar vrijgelaten. Op zijn steen staat ze al vermeld.

Hoe sterk moet je dan als jonge vrouw zijn om te zeggen: sorry, mensen, mijn leven gaat dóór?

Meedoen met FaG

Op Find a Grave plaatsen mensen informatie over graven.
Namen met geboorte- en sterfdatum. Foto’s van de grafstenen. Soms een overlijdensbericht. Soms achtergrondinformatie over de dode.

Het doel is: zoveel mogelijk informatie vinden en ter beschikking stellen van wie die zoekt.
Een doel wórdt soms: scoren. Dus zoveel mogelijk graven toevoegen, desnoods zonder overledene.
FaG ontmoedigt bv het vermelden van grafstenen waarbij de echtgenoot nog geen sterfdatum heeft maar veel mensen doen het toch omdat ze zo die dode vast kunnen claimen. Er zijn zelfs mensen die ingevoerde graven kopiëren en nog eens als zgn zelfgevonden invoeren.

Toen ik met FaG begon, wist ik dit allemaal niet. Ik dacht: een warme groep gelijkgezinden.
Intussen heb ik ook de scoorders meegemaakt. Een paar weken geleden nog. Ik vind zo’n graf waarvan intussen de al geclaimde is overleden. Ik mail de claimster dat ik het graf heb bezocht en geef haar de sterfdatum door, zodat ze haar memorial kan verbeteren. En voeg eraan toe dat ik een foto heb gemaakt maar dat het ivm mijn vakantie twee weken zal duren voor ik die kan publiceren. Reactie: “Ik ga binnenkort zelf wel voor een foto.” O. Nou, dan niet.

Het ergste is, dat het scoorvirus besmettelijk is.
Zo betrapte ik me erop dat ik soms blij werd om een vers (2010) graf.
Die had vast nog niemand te pakken, hoera, die kon ik claimen.
Ziek-ziek-ziek.

Iets anders dat me van mezelf tegenvalt: ik vind het wel leuk om per begraafplaats wat eigen memorials toe te voegen maar wanneer het er vele tientallen blijken te zijn omdat deze *niet* door een vlijtige andere claimster vrijwel helemaal in kaart is gebracht, denk ik na een tijdje ‘nu is het wel mooi geweest’. En wil ik het daarbij laten.
Terwijl ik wél als streven heb zoveel mogelijk John Does een plaats op internet te geven. Maar al die mensen met wél een naam en een grafsteen dus niet omdat het zoveel werk kost.
Waarmee ik misschien nog nét niet zo slecht ben als al die écht creepy scoorders maar erg veel beter ook weer niet.
(Je begrijpt dat hier het goede voornemen volgt dat ik degenen van wier graven ik foto’s heb wél op FaG zal invoeren ook al kost het veel tijd)

Nog 1x

Vandaag, 7 oktober 2010, is mijn laatste dag in Yuma (tot volgend jaar mei 2011 – ik heb al gereserveerd).
Ik wil nog 1 bezoek brengen aan het Yuma Cemetery. Mijn plan: nog een stukje Catholic Section. Met de engelen en Maria en Jezus.

Het terrein oprijdend denk ik: misschien heel even kijken naar het oude deel, de ogenschijnlijk saaie graven.
Ik rijd erheen, wil daar parkeren maar er is een parkje waar zwervers liggen te slapen. En misschien ben ik overdreven waakzaam maar ik rijd toch een klein stukje verder.
En kom dan in een deel met afgebladderde en ingestorte stenen en kruisen en onduidelijke graven en ‘unknown male’. Veel daarvan – erg veel. Ik neem me voor ze allemaal een plaats te geven op internet.

1970 zie ik – alles is op jaartal.
Ik blijf lopen tot het hier en nu. Ben ook ‘bones’ tegengekomen en ‘John Doe’ en ‘unid. ske rem’ wat denk ik iets betekent als ‘niet geidentificeerde resten van een skelet’.

Na anderhalf uur twijfel ik tussen ‘onstopbaar’ en ‘emoties verwerken’. Wat wel nodig is na werkelijk tientallen John Does op een erg klein veld.
Pas wanneer ik naar mijn auto loop realiseer ik me dat de onbekende doden wel treurig zijn, maar de bekende doden wier graven al na een paar jaar ernstig zijn verwaarloosd misschien nog wel treuriger.

(foto’s ergens dit najaar)