Dieren

Achteraan is een gedeelte speciaal voor dieren.
Een beetje afgezonderd van de rest.


 

Enkele van de graven

 
 

Er liggen hier in elk geval twee mensen begraven.
 

El Dorado Canyon Cemetery

Ergens tussen het gehucht Nelson en Lake Mead ligt El Dorado Canyon Cemetery.
Het is een van de begraafplaatsen waarnaar ik al jaren tevergeefs zoek.

Op Find a Grave zie ik een recent toegevoegde foto van het uitzicht vanaf de begraafplaats. Daaruit blijkt dat hij op een heuvel moet liggen.
Dat helpt bij het vinden (zeker nadat de vrouw die de bewuste foto nam me ook nog per mail wat aanwijzingen gaf).

Als je het wéét zie je de begraafplaats liggen: even klimmen via een zandpad met stenen en daar is het.
Klein hek, omheining, veel (bak)stenen zonder namen.
Slechts twee stenen waarop wel tekst is te herkennen.
Dit zijn de graven van Lars Frandsen en Cornelius Conover.

Ook hier begraven (zonder steen) zijn volgens bronnen o.a. Ben Jones, Charles Monaghan, Christopher Neilson en Judge J.M. Morton.

 

Spectaculair ziet deze mooi gelegen begraafplaats er niet uit.
Spectaculair is wel het verhaal dat erbij hoort.

Een Piute Indiaan, Ahvote, doodde eerst Frandsen en Jones, ging door naar de cabin van Neilson, doodde ook die, daarna Monaghan en de rechter Morton.
Hierna maakte hij nog vijf slachtoffers tot hij werd gedood door leden van zijn eigen stam.
The miners (..) told the Piutes that if they did not bring in or kill Ahvote they would kill every Piute they could reach.”

In oude kranten is gedetailleerd terug te vinden wat er is gebeurd.
Maar ook een verklaring hoe Ahvote mogelijk tot zijn daad is gekomen.

Eight years ago a brother of Ahvote (..) killed a mail rider.
The whites demanded that the murderer be killed, and Ahvote was ordered by the tribe to kill him and bring back convincing proof that he had executed the order.
He brought in one toe and a part of an ear, but the whites said he must bring better proof.
Two days after he brought the head of his brother.
Since that time Ahvote has been morose and sullen and lived apart from his tribe.”

Tot hij zijn geweer greep en aan het moorden sloeg.

Lees hier over de moorden en hier over de dood van Ahvote en zijn achtergrond.

Holly Cemetery

Vidal, California is een grotendeels vervallen dorpje aan Highway 95.
Volgens de laatste telling wonen er 29 mensen met een gemiddelde leeftijd van 50 jaar.
Iets noordelijker ligt Vidal Junction, op de kruising van de 95 en de 62.
Hier is ook een restaurant dat al een paar jaar dicht is en te koop staat.
Ook is er ver van de weg een trailer park.

Bij Vidal ligt Holly Cemetery.
Rijdend van het zuiden naar het noorden ligt het ergens rechts van de weg.
Vijf, zes keer heb ik er al naar gezocht.
Met behulp van een plattegrondje van Google Earth.
Door de coördinaten in te voeren in mijn Garmin.
Zonder resultaat.

Wanneer ik op 19 april 2014 van Yuma naar Kingman rijd (voor het laatst, ik heb net besloten dat ik niet meer naar Yuma zal terugkeren) zie ik Holly Cemetery opeens liggen.
Zo’n 100-150 meter van de weg.
Eenvoudig te bereiken via een zandpad.

Holly Cemetery is een vierkant veld omgeven door paaltjes en draad.
Er zijn enkele graven zonder steen, het oudste graf met steen is van 1928. Die steen is mogelijk later geplaatst.
Dan een graf uit 1938, uit 1960 en de rest uit de jaren 80 en 90 met het meest recente graf uit 2012.
In totaal niet meer dan 25-30 graven.

 

Veel Amerikaanse vlaggetjes, niet alleen bij de stenen waarop staat vermeld dat het om oud-militairen gaat.
Opmerkelijk: een graf met alleen in een steen gebeiteld ‘Gone but not forgotten’.

 

Terug thuis google ik de namen van de mensen met een grafsteen.
Alleen de meest recente levert iets op: Diane M. Pennington woonde voor haar dood in Earp, CA.
Dat is alles.
Earp is een gehucht bij de grens met Arizona.

Het armenveld als pet project

Al jaren word ik gefascineerd door het armenveld van Yuma Cemetery.
Al die mensen die arm stierven en die hier op kosten van de County zijn begraven.
Vaak naast een ‘Unknown Skeletal Remains’ die soms is voorzien van een nummer: de honderdzoveelste onbekende die in Yuma dood is gevonden.

Telkens wanneer ik er ben fotografeer ik een aantal stenen en zet die op Find a Grave.
Soms vindt iemand zo een vroeger familielid of vroegere vriend(in) terug.
Een enkele keer krijg ik dan een mailtje.

Dat geeft me het gevoel dat ik iets zinvols doe zodat ik dit jaar besluit van dit veld mijn ‘pet project’ te maken.
Een aantal dagen fotografeer ik de stenen.
Weer thuis bewerk ik de foto’s en probeer per dode (als die tenminste een naam heeft) nadere informatie te achterhalen.
Soms vind ik een ‘laatste woonplaats’, een heel enkele keer vind ik iets meer.

Voor Daniel Kelly Towne, die hier ook is begraven, zet ik in april al een Memorial op Find a Grave.
Towme staat er op de steen.
Ik google die naam en ontdek dat die achternaam helemaal niet bestaat maar dat er wél een (beknopte) obituary is voor Towne.
Dat zet ik op Find a Grave.

Nog geen maand later een reactie.
Van een vrouw die schrijft: dit was mijn vader en ik ontdek op deze manier dat hij dood is.

TowneMIchelle

Direct erna een andere vrouw.

Wanneer ik in september in Yuma ben, bezoek ik dit graf.
Ik zie dat de achternaam op de steen is veranderd, maak een foto en plaats die op Find a Grave.
Hierop krijg ik deze hartverwarmende reactie.

Dit is de Memorial op Find a Grave.

Towne FaG

Nelson Memorial Cemetary

Langs Historic Route 66 tussen Peach Springs en Seligman is een afslag “Nelson Road”, Road 19 naar het zuiden.
De weg gaat naar Lhoist North America, Nelson Plant.

Er wordt hier al sinds de late 1800s aan mining gedaan.
Ook op zondag. Terwijl ik er ben komen twee grote vrachtwagens van het terrein rijden.

cemDirect na een bord met allerlei aanwijzingen die neerkomen op ‘verboden toegang’ ligt réchts van de weg meteen na de cattle guard – waarover je dan wel voorzichtig moet zijn gelópen – de begraafplaats.

Ietsje tegen een heuvel op zie je het sign.
Erheen voert een duidelijk zandpad met enige begroeiing.
Geen ‘cemetery’ maar een ‘cemetary’- wat je wel vaker ziet en ik heb geen idee waarom het soms zo wordt gespeld.

Een kleine, intieme begraafplaats.
Met enkele graven met ornamenten, een paar namen, wat ingekraste stenen. Veel onleesbare stenen.
Volgens APCRP zijn er zeker 23 mensen begraven, mogelijk 5 kinderen met de achternaam Zacarias onder 1 steen.

Volgens de death certificates (weer: achterhaald door APCRP) liggen hier in elk geval 9 mannen en 6 vrouwen.
De eerste graven zijn uit 1910, het laatste graf is uit 1955.
Het vermoeden bestaat dat in het stadje Nelson (waarvan geen resten zijn overgebleven) mijnwerkers woonden.
Dit kan ook worden afgeleid uit enkele doodsoorzaken (ontploffing, onder een kruitvat bedolven).

Dit graf, ooit mooi versierd maar nu vrijwel vergaan, is van Ernest Bravo.
Op 8 april 1955 gestorven aan longontsteking, nog geen twee maanden oud.

Rechts achter wat struiken ligt de steen van Maria Zamora.
Met de Spaanse tekst: “A nina Maria Zamora que fallecio a la edad de 3 anos Marzo 18, 1924, su afligida madre le dedica este recuerdo.”
Wat (ongeveer) betekent: Voor het meisje Maria Zamora, op 3-jarige leeftijd gestorven op 18 maart 1924. Haar gekwelde moeder draagt dit gedenkteken aan haar op.

Ik werd in het bijzonder geraakt door dit graf.
Alsof de Madonna, zelf ernstig gehavend, toch het zware kruis probeert te dragen dat haar op de schouders is gelegd.

Het mooiste graf is van Emma Lerma.
Ze was huisvrouw en pleegde op 25-jarige leeftijd zelfmoord met arsenicum.
Volgens haar death certificate is ze nog naar het ziekenhuis in Williams gebracht maar dat mocht niet baten.

Silver Reef

In 1866 ontdekt John Kemple zilver op deze plek, vlakbij het stadje Leeds.
Het duurt even voordat dit wordt geloofd omdat zilver gewoonlijk niet wordt aangetroffen in zandgrond.
Wanneer blijkt dat Kemple gelijk heeft stromen de miners toe en in 1879 wonen hier 2000 mensen.
Lees op Wikipedia een uitgebreid verhaal over Silver Reef met oude foto’s.

Opmerkelijk: Silver Reef was geen mormoonse gemeenschap – vrij uniek voor deze streek van Utah.
Er is -verklaarbaar- dan ook geen mormoonse begraafplaats maar wel een protestantse en een katholieke.
Ergens lees ik over een Chinese begraafplaats: “There was a Chinese Cemetery until the mining shut down and a wealthy Chinese man from San Francisco had all the remains exumed, placed in tea boxes and transported back to China so they could be buried in the land of their ancestors.”
Het kan waar zijn want veel Chinezen werkten eind 20e eeuw in de Amerikaanse mijnbouw in het westen of aan de spoorlijn.

Op diverse plaatsen op het web wordt Silver Reef beschreven als een ghost town met een museum.
Het klopt dat de ‘old timers’ weg zijn en het museum is er inderdaad.
Het is klein en omdat ik niet dol ben op kleine musea waar je als enige bezoeker verplicht een bepaalde tijd moet doorbrengen omdat de trotse bezitter anders ongelukkig is, ga ik er niet heen.

Restanten van ‘vroeger’ staan vóór het gebouwtje.
Roestige spullen. Op één staat ‘Gold’ wat dus echt flauwekul is want goud is hier nooit gevonden en er is ook niet naar gezocht.

Verder vallen langs de weg naar het museum en er omheen vooral veel sjieke huizen op, recent gebouwd of in aanbouw.
Hoezo ‘ghost town’?

Een man vertelt me later dat dit deel van de stad ‘El Dorado’ heet – een toepasselijke naam.
Zelf woont hij ‘in the bad part of town’ aan de andere kant van de heuvel.

Shivwits Cemetery

De Shivwits zijn indianen die deel uitmaken van de Paiutes.
Rond 1100 vestigen zij zich bij de Santa Clara River en de Virgin River in zuidwest Utah.

In 1776 dendert de Dominguez-Escalante Expedition door hun gebied en dan gaat het bergaf (lees het beknopte verhaal bij Wikipedia).
Tenslotte wordt de stam een reservaat en dan raken ze het beetje grond weer kwijt en nu hebben ze een paar vierkante kilometer (Wikipedia denkt nog minder maar ik rijd regelmatig door het gebied en dat lijkt me toch echt overdreven).

In het reservaat ligt een begraafplaats.
Je kunt hem vanaf de weg zien liggen in de diepte.
Maar hij het pad naar beneden staat een paal met ‘No trespassing’.
Zodat ik het er de keren dat ik hier eerder was niet op waag.

Wanneer ik hier in oktober 2013 weer kom, schrijf ik de stam een email.
Dat ik graag de begraafplaats wil bezoeken, maar dat het bord er staat terwijl ik óók zie dat Find a Grave wel degelijk foto’s heeft geplaatst.
Terwijl ik ook heb gehoord dat native Americans er soms bezwaar tegen hebben als hun graven worden gefotografeerd.

Ik krijg antwoord.
Hope Silvas schrijft: “Anyone is welcome to visit the cemetery as long as they are respectful.”
Het verbodsbord is ooit opgehangen vanwege vandalisme maar mag ik negeren.
“Not sure about the taking pictures part.”

Waaraan Jetta Wood toevoegt: “People still take pictures of the cemetery.”
Jamaar, denk ik: mág het nou.
Dat vraag ik nog een keer voor alle zekerheid maar nadere reactie blijft uit.
Zodat ik het toch eng vind de begraafplaats te betreden tot ik vandaag op Wikipedia zie dat “Their Band Chairperson is Jetta Wood”.
Met een print van de correspondentie in de achterzak durf ik het nu wel aan.

alg1

Voor de begraafplaats staat een bord dat 18 hier begraven ‘warriors’ eert die voor Amerika in het buitenland hebben gestreden.
(geen foto omdat ze zon er zo op scheen dat ik er zelf in werd gereflecteerd, wel een foto bij FaG)

De begraafplaats zelf is een schitterende mengeling van kleine, oude stenen (veel onleesbaar), enkele (niet eens veel) graven zonder steen en nieuwe stenen, frutsels, bloemen.
Veel markers van begrafenisondernemingen zijn verwerkt in de graven, ook als die verder wel een steen hebben.
Dat is bijzonder, vaak worden de metalen markers dan weggehaald.

Sommige graven lijken bewust te zijn begroeid.
Alsof de natuur de vrijheid heeft gekregen maar niet als ’troep’.

Ik zie namen die duiden op indianen maar ik zie bij sommige markers ook de letters LDS (Latter Day Saints = mormonen).
Het is dus niet een uitsluitend indiaanse begraafplaats.
Recente graven zijn er ook.
Met veel bloemen.
Enkele met plantjes die recent water hebben gekregen.

Een prachtige plek waarover ik tot nu toe geen achtergrondinformatie heb gevonden.
Komt misschien nog.

Silver Reef Protestant Cemetery

Er wijst een pijl naar de Pioneer Cemeteries.
Via een zandpad kom je eerst bij de protestantse begraafplaats.
Opgericht in 1870.

Een kant heeft geen afrastering.
Daar liggen de recente graven.
Er wordt hier nog steeds ter aarde besteld.

Verderop enkele mooie, oude stenen (veel van overleden kinderen) en veel, erg veel houten kruizen.
Ik vraag een man die me aanbiedt vragen te beantwoorden of bekend is wie daar liggen.
Nee, zegt hij, alleen dat er graven zijn.
Zo’n vijftig jaar geleden was er een overstroming, toen zijn de stenen weggespoeld.
De Lion’s Club heeft dit met de kruizen hersteld.

Het ziet er schitterend uit.
De ogenschijnlijk woeste vlakte (maar geen troep, geen prikplantjes en hier en daar zelfs een enkel pad) en daarin die haast discrete kruizen.

Later check ik google en dat meldt niets over een overstroming.
Wel vind ik div namenlijstjes zoals deze.
Utah is erg goed in het vastleggen van het verleden, ook als het niet-mormonen betreft.

Een van de ‘nieuwe’ doden is overigens wel een mormoon zie ik aan de marker.

Graven






Graven


West
 



Bunkerville Cemetery

Bunkerville Cemetery zie ik bij toeval langs de kant van de weg liggen wanneer ik op mijn route van A naar B (of eigenlijk van BC naar K) een klein stukje omrijd.
Bunkerville is een kleine gemeenschap, zo’n 1000 mensen met de wijde omgeving erbij.
Maar de begraafplaats (met een simpel hekwerk en een paar eenvoudige toegangspoortjes) duidt op een groot verleden.

De eerste graven die ik zie hebben vooral mooie teksten.
Maar al snel zie ik een kanjer van een grafsteen die toebehoort aan… een Leavitt.
Aha! mormonen.
Je kunt in de streek rond St. George geen begraafplaats oplopen of je struikelt over de Leavitts.
De grote steen is een gedenkteken voor Dudley Leavitt (gehuwd met 5 vrouwen) – de graven liggen aan de voet van de steen.
Zoals ik wel meer zie op grafstenen van mormonen: hele verhalen.
Waarbij ik steeds denk: wat willen ze graag voor het nageslacht vastgelegd hebben en wat is wáár?
( ik zal later op de teksten ingaan )

Dichter bij een ingang en wat kleinere steen: Thomas Dudley Leavitt Sr (twee vrouwen) en de tekst “First Settlers of Bunkerville, Nev.”

Wikipedia: Bunkerville was settled in 1877 by Mormon pioneers from Utah. It is named after Edward Bunker, who was already a seasoned pioneer settler before he came to Bunkerville, having pioneered the settlement at Santa Clara, Utah.

Bunker, on his own initiative but with permission from Brigham Young, moved his large polygamous family 25 miles (40 km) southwest to Bunkerville after the settlers in Santa Clara had failed to live the communitarian United Order.
The residents of Bunkerville, so named by Brigham Young, established a new communal effort, sharing the work and the fruits of their work, with all land being held in common.
The communal experiment ended in 1880.

Veel verhalen gaan hierachter schuil.
Amper te achterhalen tenzij je je verdiept in de mormonen die in deze streek zich vestigden.
Ik zal mijn best doen.
Meer volgt dus en ook foto’s.

Silver Reef Catholic Cemetery

Het Catholic Cemetery van Silver Reef (net als het Protestant Cemetery opgericht in 1870) ligt een paar honderd meter verderop op een heuvel.


Het is kleiner.
Direct na de poort een groot graf met een hek en een mooie steen.


Verder hier nog minder leesbare stenen.
Dezelfde grote houten kruizen, nu met UNKNOWN erop gekalkt.

unkn

Wat opvalt: veel kunstbloemen bij de onduidelijke graven.
Een mooi, wat vervallen, graf voor een kind.

Achterin een paar recentere graven.
Van het echtpaar Spencer.
Hij zat in het leger. Zij was ‘Reverend’.
Wat me verbaast omdat een ‘Reverend’ protestant pleegt te zijn en dit is een katholieke begraafplaats.

In haar obituary lees ik meer over haar.
June Redden Spencer was geen dominee in een traditionele christelijke kerk.
“She was ordained a minister in the Science of Mind Church in Phoenix, AZ. and received her Doctoral degree from Seminary Services Network, a school she chartered in St. George. From this school she ordained five ministers, who then founded a spiritual group, “Exploring Oneness” that served the community for 12 years.”

Wie net als ik niet weet wat de Science of Mind Church is: er is ook een afdeling in Nederland.
Die op de website uitvoerig uitlegt waarvoor ze staan.

Myron Abbott en zijn vrouwen

Abbott

Blessed are the pure in heart
For they shall see God.

Een grafsteen op Bunkerville Cemetery.
Van Myron Abbott en Lovisa Leavit, his wife.

Over Myron Abbott is veel bekend.
Hij heeft zelf een aantal jaren een dagboek bijgehouden, een korte autobiografie geschreven (waaruit hier wordt geciteerd) en er is ook door anderen over hem geschreven.

Myron Abbott is in 1837 in Illinois geboren. Wanneer hij twee is, wordt zijn vader mormoon. Zes jaar later sterft vader en wanneer Myron elf is trekt moeder met de kinderen naar Utah.
At age 23, I married Laura Josephine Allen. She was 15, beautiful, tall and well built with dark hair worn high on her head and so slender I could span her waist with both hands. She sang beautifully and we often sang duets together.”

In 1862 woont het stel in Toquerville in zuid Utah.
Daar krijgt Myron een aanvaring met een Indiaanse chief. Die trekt zijn pijl en boog, Myron haalt uit met een spa en breekt de arm van de chief.
This made quite a commotion between whites and Indians,” verhaalt later zijn zoon Myron Alma Abbott, “so it was thought best that father go back to Ogden.”

Tweede vrouw
In 1869 woont het echtpaar in Plymouth in Box Elder County op een boerderij.
It was about this time that the young marriage began to run into trouble. In accordance with the Church doctrine of polygamy, Myron courted and married a second wife, Emily Pauline Malan Farley, who was a young Italian convert. She had recently divorced her first husband.

Polygamy, as practiced by the Mormons, required that the first wife (or wives) must give their consent before the husband could marry another wife.
Indeed, the ideal situation was to have the wife (or wives) give the husband another wife. It is evident that Laura Josephine had difficulty accepting a second wife. The marriage occurred October 10, 1870.”

De oudste zoon herinnert zich veel ruzies en in 1877 wordt de scheiding uitgesproken. Myron krijgt de voogdij over hun zes oudste kinderen (de jongste daarvan is vijf), Laura Josephine heeft de voogdij over twee meisjes die nog baby’s zijn.

Myron zelf beschrijft het zo: “She felt that she could stand polygamy but not polygamy and poverty too. Ultimately we were divorced in 1876, she took two daughters to California with her. I kept the 6 older children. I suffered the humiliation of a second divorce from Emily soon afterward as she went back to her former husband.”

Bunkerville
Hierna verhuist Myron met de kinderen naar Bunkerville waar zijn zwager Edward Bunker een soort commune was begonnen, de United Order (een afsplitsing van de LDS Church.
Daar huwt hij in 1878 de 16-jarige Lovisa Leavitt.
Myron Alma was less than a year younger than his new stepmother and did not greet the marriage with enthusiasm. Three years after Myron married Lovisa, Myron Alma married Lovisa’s little half-sister, sixteen-year old Mary Matilda; and Luella (oudste dochter van Myron, jd), also sixteen, married Lovisa’s brother Thomas Dudley. This created a strange intermingling of relationships not uncommon in that day.”

Samuel Knight en Laura Melvina, de zuster van Lovisa, logeren regelmatig bij de Abbotts in Bunkerville en nemen dan hun dochters Emily en Larie mee.
The relationship between the Myron Abbott family and the Samuel Knight family resulted in Myron taking Samuel’s daughter Emily for his polygamous wife. The romance was not without problems. Myron’s diaries suggest that he also courted Laurie but met with stern resistance from Lovisa. Lovisa was twenty-five years old and the mother of five children. Emily Knight was only slightly younger than Lovisa, and they appeared to be good friends.”

Lovisa krijgt nog acht kinderen, Emily krijgt er twee.
Het huwelijk met Emily eindigt in een scheiding (waarom wordt nergens vermeld) en Myron sterft in 1907 – als vader van 24 kinderen.

Lovisa sterft tien jaar later op 56-jarige leeftijd en wordt naast Myron begraven.
Hoewel ze – vind ik op div. plaatsen – in 1909 is hertrouwd met Parley Pratt Canfield.

Laura Josephine Allen
Erg jammer dat over de levens en de drijfveren van alle vrouwen alleen iets wordt vermeld in relatie tot hun man.

Gelukkig heeft Myron Alma nog wel verteld hoe het zijn moeder, Laura Josephine Allen, na de scheiding is vergaan:
In 1903, my mother went back to California and after married an elderly widower named Blake.
They lived at Fortuna, California, for a while but later moved to Long Beach where one of his daughters lived. My son, Brooks, visited them there while doing missionary work in California. He reported that she was apparently contented but aging fast.
Finally, she came to live with her eldest daughter, Mrs. Ella Leavitt (Luella) at Bunkerville, December 2, 1922.
She was failing fast. In January 1924 I was called to her bedside. My sons, Perry and Brooks, went with me and we did all we could to comfort her in her last hours. Two of her daughters came from California also.
She died January 22, 1924. We built a vault and after an impressive funeral service, laid her away beside our father with his other wife, Lovisa
.”

Nb er zijn veel foto’s op internet te bekijken.
Ivm copyright kan ik die hier niet plaatsen.
Waar mogelijk heb ik er bij de namen naar gelinkt.

Dieren op Searchlight Cemetery

Searchlight Cemetery bezoek ik voor de tweede keer op 3 oktober 2013.
Een doel heb ik niet.
Gewoon even rondlopen, kijken of me wat opvalt.

En inderdaad valt iets op.
In de hoek rechts achter zijn graven die ik niet eerder heb gezien en die niet anders dan van dieren kunnen zijn.
Hoewel dieren hier officieel niet mogen worden begraven.
Het staat zelfs bij de poort.

Het gaat om Sweetie Pie, Tiger, Brownie en Cow. Misschien zelfs meer.
Overleden tussen 2003 en 2008.
Het kúnnen ‘zomaar stenen’ zijn.
Maar enkele plekken lijken met de rondom gelegde keien op echte graven.

En of het nou begraven dieren zijn of stenen die ze herdenken, opmerkelijk blijft het.

 Brownie

Dudley Leavitt en zijn vijf vrouwen

Je ziet de grote grafsteen direct liggen wanneer je deze begraafplaats op komt: aan een zijkant onder een boom met overhangende takken.
Het is de steen van Dudley Leavitt en zijn vijf vrouwen.
Dudley is een zoon van Jeremiah Leavitt II en Sarah Sturdevant Leavitt.
The restored gospel of Jesus Christ came into the Leavitt family in 1836” (=ze raakten bekeerd tot het mormonendom).
Zodat de familie in 1837 uit Hatley in Canada op pad ging naar eerst Illinois en toen Utah.

Dudley was well known for his phsyical abilities and agility. In wrestling, few men were better than he. He also excelled in dancing. He was known as a handsome, cheerful, and fun-loving man.”

Faith and initiative
He was a man of faith and initative. If something needed to be done, he did it. In 1853, he and 32 other men were called to the Southern Indian Mission (Native Americans.) In the years that followed he had many missionary experiences in the territory from the Paiute tribes in Las Vegas to the Navajo and Hopi tribes in Arizona. Although he suffered from hunger, exposure and danger, the gracious hand of the Lord preserved him. He was a respected peacemaker and a very good friend among the indians.
(tekst komt van een buste bij een museum in Santa Clara, Utah)

Dudley heeft altijd ontkend dat hij was betrokken bij het Mountain Meadows Massacre. Niet iedereen is overtuigd van zijn onschuld.
Zijn kleindochter Juanita Brooks, een zeer gerespecteerde hoogleraar geschiedenis, heeft getracht dit uit te zoeken maar ook zij komt niet verder dan “het is onduidelijk”.

Trouwen
Dudley trouwt met Mary Huntsman in 1853, met haar zusje Mariah Huntsman in 1855, met Thirza Riding in 1859, met Jeanette Smith in 1860 en met Martha Ann Hughes Pulsipher in 1872.
They were blessed with righteous prosperity of 47 children who were taught faith in the Lord Jesus Christ and to keep His commandments.”

In 1877 wordt Dudley Leavitt mede-stichter van Bunkerville waar hij in 1908 overlijdt.

Tot zover deze man die of een groot bemiddelaar en vredestichter óf een oorlogsmisdadiger is.

Vrouwen
Wat weten we van zijn vrouwen?
Van de zusjes Huntsman kom ik al googlend niet verder dan wie hun ouders waren.
Mogelijk is er meer informatie, maar die staat dan op websites waarvoor je moet betalen.
Juanita Brooks vertelt er wel iets over in haar boek over Dudley Leavitt maar stelt ze nooit centraal.

Op de voorkant van het grafmonument staan de namen van hun kinderen.
Mary kreeg er negen, Mariah twaalf.

Op de achterkant staan korte biografietjes.
Van Dudley zelf natuurlijk en ook van zijn vrouwen.
Is het wáár wat daar staat? Of is dit hoe de familie graag ziet dat deze mensen herinnerd worden? Mogelijk een mengeling van beide.
En het zou heel goed kunnen dat bij de één de waarheid dichter wordt benaderd en bij de ander de wenselijkheid.

Mary
Eerst Mary.
Mary Huntsman
Hij is 22 en zij 16 wanneer ze trouwen.
Hun liefde wordt op de proef gesteld maar houdt stand. Zij is een goede mormoon.
Rijkdom heeft ze niet maar ze is altijd gastvrij.
She (..) served with dignity as matriarch to Dudley’s family.”
Juanita Brooks vermeldt dit over hoe ze elkaar vonden: “One girl had seemed to have a special interest in him, and at dances and socials he found her excellent company.
After an acquaintance of three years and a brief courtship, they were married, Dudley Leavitt and Mary Huntsman. She was just seventeen, pretty and sweet, and like himself, mature for her years. For she, too, was a member of a large family and had always assumed her share of the responsibility
.”

Mariah
Mariah dan.
Geboren in februari 1841 en met Dudley getrouwd in 1855.
Op 14-jarige leeftijd dus.

As his youthful second wife, Mariah’s pleasant disposition added buoyancy to the family.” Verder kan ze mooi verhalen vertellen.
Ze wordt vroedvrouw. “She traveled near and far and unreservedly prayed aloud while delivering the infants. Her faith pacified new mothers and gave them strength.”

Juanita Brooks: “Mary’s sister, Maria, would be Dudley’s second wife. They were married August 12, 1855.
She was not yet sixteen, but was well matured and was much in love with the stalwart young man who was already her sister’s husband.
Mary agreed to the arrangement she encouraged it, in fact, for she dreaded to move so far away from all her family.
It was the principle taught, a principle which all three accepted; it was approved and encouraged by the authorities and by the people generally.
So it was the logical thing to do
.”

Thirza
Vrouw nummer drie: Thirza.
Thirza is 16 wanneer Dudley Leavitt (zelf dan 29) met haar trouwt.

Volgens de steen was Thirza “a charming young lady with long black hair”.
Gelukkig heeft haar familie haar levensverhaal vastgelegd.

I was one that loved to dance. I had long black hair that tied back with a ribbon and let it hang down my back when I went to dances. I met Dudley Leavitt. He was twenty-nine years old and had a perfect physique. He had a shock of brown hair, clear blue eyes, and was full of fun. I knew that he had two wives and three children, but I knew, too, that he was the man for me. He was attracted to me also, as I was to him. We fell in love and were married 11 August 1859, in the Temple in Manti, Utah.”

Op de steen: Thirza’s bijnaam was ‘Toggy’ omdat ze ‘all togged up’ “or well dressed” is.
She was meticulous, especially in the cleaning of the St. George Temple.
She appreciated decorum and propriety
.”
Over voedsel had ze ook een opvatting:
Her philosophy relating to edibles was, if we eat our best first, what we will have left will still be the best.”

Tenslotte: “Thirza, spry and small, always walked tall.”

Jeanette
Van vrouw nummer vier krijgen we een redelijk beeld.
Of in elk geval van haar geschiedenis.
In 1860 huwt Dudley de 15-jarige Jeanette Smith.

Jeanette is als baby gered door Calvin en Sarah Lazell Smith. Ze stuitten op ruziënde Indianen. Een jongen was door een stam gedood waarna als wraak een baby van die stam door de ándere stam was geroofd met de bedoeling haar te verdrinken in Panguitch Lake.

De mormonen onderhandelden met de Indianen, stonden veel bezittingen af, konden de ouders van het meisje niet vinden, besloten haar op te voeden als eigen kind en noemden haar Jeanette.
Op de steen: “Jeanette adapted to her new life. She was tidy, sang soprano in the choir, and became a first rate cook and seamstress.”

Ook weer volgens de steen zou Jeanette die verder heel verlegen was hebben gezegd dat er maar één man was met wie ze wou trouwen en dat was Dudley Leavitt.
As his fourth wife she is known for her kindness and humility. In addition to rearing her own children she was a surrogate mother to others. Jeanette was gentle, steadfast, and aware of a promised blessing that her posterity would bring honor to the Leavitt name and to the church.”

Aarzeling
Juanita Brooks beschrijft hoe Dudley aan Jeanette, die zij Janet noemt, is gekomen.
Apostel Smith vroeg hem haar te huwen (en ja, ze schijnt echt te hebben gezegd toen een ándere man haar hand vroeg dat ze alleen met Dudley zou willen trouwen).
Brooks: “He went on to enumerate the girl’s good qualities and to show that with her training she should make an excellent wife.
Then, too, there was the promise that the Lamanites should yet become a white and delightsome people; they were of the blood of Ephraim and would eventually come into their own
.”

Dudley aarzelt: “He thought of the three wives at home, Thirza, a bride of less than six months, both the others with young babies. The season had been so hard that it was almost more than he could do to provide for the family he had. He dreaded the complications that were sure to arise by bringing another wife into the group, especially an Indian wife.

“If you will take that girl, marry her, give a home and a family, and do your duty by her, I promise you in the name of the Lord that you will be blessed,” George A. Smith said solemnly.

“I’ll do it,” Dudley said, without further hesitation.”

Received coldly
Thirza vertelt over de aankomst van Jeanette in huize Leavitt: “Early in 1860 Dudley made a trip north with molasses and dried fruit with which to buy the things his families needed. On his return home he stayed in Parowan and married his fourth wife, Janet Smith, an Indian maiden. When they arrived, we three wives hurried out the wagon to meet him, for we had been anxiously waiting and watching for his return. To say that we were surprised to see number four (wife) would be putting it mildly.
One cannot help but feel sorry for the girl on the wagon who was received so coldly.

Mary said little, for she was the first wife and knew it was her first duty to keep peace and order her husband’s family. She could wait for the explanation she knew would be coming. Mariah spluttered a while, but I bundled up my things and went home to my parents.

At home I received no sympathy. Both my father and my mother told me that I was wrong to be jealous and stubborn. They told me to take my things and go right back; and that I should be ashamed to make such a fuss. (..)

In about a week I went back. Dudley had made no effort to come for me, or to coax me back, or to offer any explanation. He said that I had gone out of his home of my own free will, and that I could return when I got ready.
But he was happy and relieved when I did come back, for now he could divide the things he had brought from the city. He had made a rule never to give to one that he could not give the others.
The cloth was always measured into equal lengths. They all got shoes when one got them.

Martha Ann
Het meeste weten we over Dudley’s vijfde vrouw, Martha Ann Hughes.
Family Historian Nora Lund schreef een levensverhaal waarbij zij ook veel citeert uit het boek van Juanita Brooks.

Martha Ann is geboren in 1843 in Wales.
Haar ouders werden mormoon en besloten naar Amerika te gaan en natuurlijk naar Salt Lake City.

Lund: “Martha Ann received what little schooling she had there. She worked hard, doing her part in the home and faithfully attending to her church duties.
Then at 14 she advanced one step farther in the progress of life by marrying Zerah Pulsipher
.”

De echtgenoot is dan 68.
Lund schrijft dat dergelijke leeftijdsverschillen toen wel vaker voorkwamen. Omdat oude(re) mannen werden gezien als betrouwbaar.
Met Pulsipher krijgt Martha Ann een jaar later een dochter en drie jaar later nog een dochter.
De komende jaren volgen nog drie kinderen.
De familie is dan in opdacht van de kerkleiding verhuisd naar de omgeving van St. George waar Zerah in 1972 op 83-jarige leeftijd overlijdt.

Security
When Dudley Leavitt, who was just 13 years her senior, asked her to marry him, she was happy to do so. She knew him to be a good, kind man, fair and loving to his wives and children. This second marriage meant security for herself and children.”

Juanita Brooks: “In some ways this was a greater trial to Mary (the first wife) than his earlier marriages had been. The other four had all been girls together; they had sacrificed for each other; they had worked together; they had stood by each other in sickness; they had grown old before their time, together.
Now to have their husband pay attention to this lively, twenty-seven year old widow while they cared for their families, was really a trial. The courtship was short. The young woman, left with four children, had few resources, and had been working out in the various homes to support herself.

The marriage took place November 30, 1872, in Salt Lake City, with Daniel H. Wells officiating. Once it was over, she took her place with the other wives, receiving no favors, and fitting in the family very well.”

Angst
Nora Lund vermeldt nog hoe van 1875 tot 1888 Dudley en zijn vrouwen in angst leefden omdat in die tijd door de overheid hard werd opgetreden tegen polygamisten.
Dudley kregen ze niet te pakken.
Hij overleed in 1908, een jaar later stierf ook Martha Ann: “Having lived a good, full life.”

Bloemen voor Maxine

In het najaar van 2012 loop ik langs het Potter’s Field en maak een memorial voor Maxine Meigs.
Dit jaar april krijg ik mail van een nichtje.
Ze was Maxine helemaal uit het oog verloren, is blij dat ze haar zo terugvindt en wil graag het beheer van dat Memorial.

Dat kan.
We wisselen nog wat mails uit en ik zeg dat ik in september 2013 tóch in Yuma ben en dat ik wel een beeldje bij de steen wil zetten.
Denkend aan een engeltje of iets anders kleins: misschien hield Maxine van katten.

MaxineflowersNee, geen engel! is de reactie.
Een Jezus moet het zijn en wel Jezus als Shepherd.
Want die zijn protestant.

Ze stuurt twee afbeeldingen van best grote beelden die op eBay een startprijs hebben van $ 50.

Ik beloof mijn best te doen.
Wat – eenmaal hier – een beetje vreemd voelt aangezien de nicht na de eerste stroom aan mailtjes al maanden niets meer laat horen.
Tegenover háár voel ik me daarom niet meer verplicht.
Maar intussen wél tegenover Maxine die geboren in Bozeman, Montana in Yuma is beland en bij haar dood op 85-jarige leeftijd zó arm was dat ze op kosten van de staat moest worden begraven.

Op 1 dag ná een week zoek ik naar het type Jezus-beeld dat de nicht in gedachten heeft. En dan bedoel ik niet dat ik er af en toe en passant even naar kijk maar dat ik van (mogelijke) winkel naar (mogelijke) winkel rijd.

flIk vind geen enkel Jezus-beeld.
Niet in thrift stores, niet in de protestante winkel.
Waar ze wel degelijk engelen verkopen zodat ik nu ook niet meer begrijp waarom nicht dat afdeed als ‘katholiek’ = ongeschikt.

Vandaag vind ik het genoeg geweest.
Ik koop kunstbloemen (rozen) voor Maxine – wat in Amerika overigens héél normaal is.
Ik zeg ‘sorry’.
Meer voor dat ze zo (arm en zonder liefhebbende familie) aan haar eind moest komen dan voor mijn falen om de Shepherd aan te schaffen.

Ik raak haar steen aan.
En niet dat ik echt iets hoop te voelen en misschien was ik me ook wezenloos geschrokken als dat wel zo was geweest.

Voor de mensen in het massagraf kocht ik ook bloemen.
Volgende keer dat ik hier ben doe ik het wéér.
Geen idee wie jullie waren maar ik blijf aan jullie denken.

Massagraven op het armenveld

Een deel van de begraafplaats van Yuma is gereserveerd voor mensen die door de County worden begraven omdat ze geen geld hebben voor een mooie begrafenis en hun nabestaanden ook niet.
Die mensen krijgen eenvoudige stenen.
Regelmatig staat de naam verkeerd gespeld.

Apotter

Telkens wanneer ik in Yuma ben ga ik even kijken of er nieuwe graven zijn bijgekomen en maak daarvoor dan een memorial op Find a Grave.
Al een aantal keren vonden mensen zo verloren gewaande familieleden terug.

De vorige keer viel me op dat tussen de gewone stenen een steen stond met een verzameling aan namen.
Twaalf.
Ik dacht: misschien zijn de lichamen zoek en worden ze zo toch herdacht.
Ik kon me nl niet voorstellen dat onder die ene steen twaalf lichamen lagen.

Nu zie ik wéér zo’n verzamelsteen.

En maar 1 nieuwe, losse steen.
Zodat ik me afvraag of hier toch niet sprake is van een massagraf.
De grond voor de nieuwe steen lijkt ook duidelijk platgewalst.

Individuals who are buried at the expense of the local authorities and buried in potter’s fields may be buried in mass graves – zegt Wikipedia.

Ik google deze doden.
Over de meesten vind ik helemaal niets.
Een enkele blijkt te zijn beland bij een begrafenisondernemer.
Bij die naam staat ‘no services planned’.

Kerkhof Overweersepolderdijk

Deze kleine, katholieke begraafplaats hebben we te danken aan schenkingen van het echtpaar Brantjes-Truffino.
De succesvol ondernemer Nicolaas Brantjes (tevens wethouder, lid van de Kamer van Koophandel en kerkmeester in Purmerend) doet in 1875 tgv zijn 37,5 jarig huwelijk aan de rk kerk een stuk weiland van een halve hectare cadeau.
Drie jaar later (dit keer tgv hun 40-jarig huwelijk) schenkt het echtpaar ook nog geld voor de bouw van een kapel.

Een eigen katholieke begraafplaats was geen ‘luxe’.
Tot dan werden katholieken begraven op een apart deel van de algemene begraafplaats. Maar omdat die ‘algemeen’ was mochten bij de begrafenis geen katholieke rituelen worden toegepast.

Overweersepolderdijk
Meteen in 1875 begint men met de aanleg van een begraafplaats aan deze Overweersepolderdijk (toen nét buiten de stad, nu er middenin).
De grond wordt opgehoogd met een laag van twee meter zand.
De begraafplaats wordt omgeven door een brede sloot.

Al in 1876 wordt de begraafplaats ingezegend.
De verhoogde grond althans.
Beneden is rechts direct na de poort een deel waar niet-gedoopte kinderen zijn begraven.
Die mochten vroeger niet ter aarde besteld in gewijde grond.

Daarvan heeft men intussen spijt gekregen zodat er in 2008 een beeld is geplaatst waarop bovenop een steen met de tekst ‘in Gods Hand’.
Links direct na de poort werden zelfmoordenaars begraven (die óók geen plek in gewijde grond verdienden).
Hier staat intussen een kaarsje te branden.
Ook leuk. Maar toch.

Oude graven
Ik ben hier voor het eerst in april 2011.
Ik vind de begraafplaats dan vooral ‘klein’.
Mijn indruk is dat hij alleen oude graven bevat.
Vanaf 1876 tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw.
Toen was het kerkhof ook vol.

Ik ga terug op 4 augustus 2013.
De begraafplaats wordt niet ‘groter’ maar wel blijken sinds twee jaar geleden meer mensen te zijn begraven.
Net achter het veldje van de ongedoopte kinderen.
Mooie opdrachten zie ik op die grafstenen.

Expositie
Ook is er een urnenmuur achter de kapel.
En er is een expositie.
Beelden staan in de tuin beneden.
Eendachtige vogels met name.

Ik nader de echte begraafplaats dit keer niet door er direct vanaf de straat naartoe te lopen maar loop er omheen en klim dan via een trap er achter naar boven.
Daar wordt hard tegen me geblaft.
Een woeste teckel.
“Is niet nodig, jochie” zeg ik en probeer iets uit te stralen dat Cesar Millan wel heeft en ik niet.

Een vrouw met een gieter komt aanlopen.
“Hij denkt dat het kerkhof van hem is” verklaart ze het gedrag van de hond.
Ze lijkt zich er niet aan te storen dat ik loop te fotograferen maar tot ze weg is blijf ik toch maar aan de kant waar de oudste graven zijn – dicht bij de kapel.
Veel familiegraven zijn daar.
Mooie, grote tombes met onleesbare inscripties.
Weer thuis lees ik dat één van die graven van de familie Brantjes-Truffino is.

Tegenlicht
Ik maak dus foto’s maar de zon schijnt fel zodat ik moet woekeren met tegenlicht en daarin ben ik geen held.
Later nog maar eens terugkomen.
Want de begraafplaats is klein maar ook intiem.
Ik voel me er prettig.

Natuurlijk keek ik ook naar het graf waar de vrouw water naar toe bracht.
Een nieuw graf (uit 2012) tussen de oude graven.
Verder zag ik dat niet (maar ik zag ook nog niet álles), dat je op het oude kerkhof tussen oude stenen ook nu nog kunt begraven.
Mogelijk was op deze plek een ander graf geruimd. Mogelijk was de plek ooit gereserveerd.
Ik heb geen foto van dat graf genomen.
Iets met privacy.

Urnenmuur

De urnenmuur staat op het lage deel van de begraafplaats achter de kapel.
Er staat nog niet veel urnen in.
In verschillende vakjes ligt een papier waarmee we worden uitgenodigd contact op te nemen “voor asvertrooiing of bijzetten in de urnenmuur”.

 

Ik fotografeer de urnen.
Het lijkt wel of ze zich meer lenen voor een persoonlijk afscheid dan stenen, die vaak op elkaar lijken kwa materiaal en vorm en tekst.

Kijk eens naar dit contrast.

Leers bol

Op de rechter urn staat een uitgebreide tekst. Je kunt erop klikken, dan zie je de woorden.
Ik vind het handschrift lastig te lezen maar daar gaat het verder ook niet om.

In deze kast is de tekst wel te lezen.
Zowel op papier als op de beker (weer even klikken).
Ontroerend.

mamatekst 

De enige kast met een officieel plaatje eronder is die van Ted Vlaar.
Leuke foto staat erin.
Vrolijke man met een bos haar en een sigaret en een borrel.
Hij oogt als een levensgenieter.

Ted Vlaar is ook de enige over wie ik informatie kan vinden.
Hij heeft in 1961 met een stel vrienden carnavalsvereniging De Oetels opgericht.

Vlaarcl

Graven

Oud1cl