Het Jezus- en Maria-bos

Gisteren was ik in Heiloo.
In mijn TomTom had ik drie adressen geprogrammeerd van begraafplaatsen. Eén ervan wou ik *niet* aandoen omdat ik problemen verwachtte – dat was het Kloosterkerkhof van de ‘Juliaantjes’. Laat ik dat adres nou per ongeluk aanklikken.
(Een man die ik ken die gelovig is zegt dat er in dit soort zaken geen ‘per ongeluk’ en ‘toeval’ is)

Ik verwacht een gebouw of een kerk en daarnaast een kerkhof. Ik beland bij een Bedevaartsoord (zie ook Kloosterkerkhof). Welkom! staat er. En iets over koffie en een winkel en 16.30 dicht. Ik ben er net na vier uur dus loop ik snel clockwise door een donker sprookjesbos waar een soort kapelletjes staan over Jezus en de kruisgang (als dat zo heet).

 

Het grijpt me aan (hoewel ik het verhaal ken en vergelijkbare plaatjes ook).
Dan verderop een kunstwerk. En o! alsof het een mirage is! Maria. Zomaar in de (aangelegde) natuur. In een perk mooie bloemen aan een vijver met fontein.


Ik draai om haar heen. Ik bewonder haar vanaf haar voeten.

 
Ik ren verder. Denkend: als koffie en winkel dicht gaan, gaat de poort over nu 15 minuten misschien ook wel dicht en ik wil niet opgesloten raken.

Dan: Jezus. Een open plek in het nog steeds erg dichte bos. Rijen harde banken ervoor. Een rots en daarop: Jezus.

 
Ik wil naar hem toe en ga klimmen. Onderweg zie ik nog een kaars van de zusters van het klooster waar deze tuin toe behoort.
Op 1 rij rotsblokken van Jezus stop ik.
Als niet-gelovige past het mij niet om verder te gaan.
Raar: bij Maria kan ik wel dichter komen. Ik hád haar zelfs kunnen aanraken, had ik dat gewild (denk ik).

Ik klim terug naar beneden. Kijk nog eens, maak nog een foto, sla een kruis (wat is de waarde daarvan als je niet gelooft?) en zet mijn zoektocht naar het kerkhof voort.
Dicht bij de uitgang ontmoet ik mensen, oudere mensen, die uit de koffie-gelegenheid komen. Vooral oudere vrouwen. Moeilijk lopend. Allemaal vriendelijk groetend. Een vrouw zegt, haast troostend, tegen een andere vrouw: 15 augustus gaan we wéér.

Even overweeg ik naar de kapel te gaan.
‘De’ kapel? er zijn er twee. Misschien zijn die ook wel dicht. Het gebouw ziet er zo modern uit. Geen duidelijke kapel.
Wat moet ik er trouwens.
In mijn hoofd speelt het liedje van Kirsty MacColl: “You just haven’t earned it yet, baby – you should suffer and try (of is het: cry?) for a slightly longer time.”

Ooit-katholiek meisje verdwaald in een sprookjesbos.
Op vleugeltjes rijd ik naar huis waar ik het bedevaartoord en de Congregatie google.
‘Blauwe zusters’.
Dan kan die ene vrouw in geel die ik telkens net uit een ooghoek op mijn pad zag dus *niet* een teken zijn geweest maar was ze gewoon iemand zoals ik. Alleen mogelijk iets minder in verwarring.

Kloosterkerkhof H. Juliana de Falconieri

Via de site van Schiltmeijer ontdek ik dat er in Heiloo een kloosterkerkhof is.

Het adres blijkt het adres te zijn van het Bedevaartsoord van Onze Lieve Vrouw Ter Nood – het hek staat uitnodigend open.
Ik dool rond (daarover hier meer) en het duurt een tijd voor ik het kerkhof vind.

De poort is gesloten. Of hij ook op slot is – geen idee. Ik aarzel of ik aan de deur kan gaan rammelen.
Er komt een man aanlopen met een bos bloemen. “Is de poort al los” vraagt hij aan mij. Hij voelt eraan. Niet. Hij gaat via het klooster. Hij wel. Ik durf niet.

Weinig foto’s dus. En helemaal geen ‘sfeer’ laat staan ‘verhalen’.