Het armenveld als pet project

Al jaren word ik gefascineerd door het armenveld van Yuma Cemetery.
Al die mensen die arm stierven en die hier op kosten van de County zijn begraven.
Vaak naast een ‘Unknown Skeletal Remains’ die soms is voorzien van een nummer: de honderdzoveelste onbekende die in Yuma dood is gevonden.

Telkens wanneer ik er ben fotografeer ik een aantal stenen en zet die op Find a Grave.
Soms vindt iemand zo een vroeger familielid of vroegere vriend(in) terug.
Een enkele keer krijg ik dan een mailtje.

Dat geeft me het gevoel dat ik iets zinvols doe zodat ik dit jaar besluit van dit veld mijn ‘pet project’ te maken.
Een aantal dagen fotografeer ik de stenen.
Weer thuis bewerk ik de foto’s en probeer per dode (als die tenminste een naam heeft) nadere informatie te achterhalen.
Soms vind ik een ‘laatste woonplaats’, een heel enkele keer vind ik iets meer.

Voor Daniel Kelly Towne, die hier ook is begraven, zet ik in april al een Memorial op Find a Grave.
Towme staat er op de steen.
Ik google die naam en ontdek dat die achternaam helemaal niet bestaat maar dat er wél een (beknopte) obituary is voor Towne.
Dat zet ik op Find a Grave.

Nog geen maand later een reactie.
Van een vrouw die schrijft: dit was mijn vader en ik ontdek op deze manier dat hij dood is.

TowneMIchelle

Direct erna een andere vrouw.

Wanneer ik in september in Yuma ben, bezoek ik dit graf.
Ik zie dat de achternaam op de steen is veranderd, maak een foto en plaats die op Find a Grave.
Hierop krijg ik deze hartverwarmende reactie.

Dit is de Memorial op Find a Grave.

Towne FaG

Bloemen voor Maxine

In het najaar van 2012 loop ik langs het Potter’s Field en maak een memorial voor Maxine Meigs.
Dit jaar april krijg ik mail van een nichtje.
Ze was Maxine helemaal uit het oog verloren, is blij dat ze haar zo terugvindt en wil graag het beheer van dat Memorial.

Dat kan.
We wisselen nog wat mails uit en ik zeg dat ik in september 2013 tóch in Yuma ben en dat ik wel een beeldje bij de steen wil zetten.
Denkend aan een engeltje of iets anders kleins: misschien hield Maxine van katten.

MaxineflowersNee, geen engel! is de reactie.
Een Jezus moet het zijn en wel Jezus als Shepherd.
Want die zijn protestant.

Ze stuurt twee afbeeldingen van best grote beelden die op eBay een startprijs hebben van $ 50.

Ik beloof mijn best te doen.
Wat – eenmaal hier – een beetje vreemd voelt aangezien de nicht na de eerste stroom aan mailtjes al maanden niets meer laat horen.
Tegenover háár voel ik me daarom niet meer verplicht.
Maar intussen wél tegenover Maxine die geboren in Bozeman, Montana in Yuma is beland en bij haar dood op 85-jarige leeftijd zó arm was dat ze op kosten van de staat moest worden begraven.

Op 1 dag ná een week zoek ik naar het type Jezus-beeld dat de nicht in gedachten heeft. En dan bedoel ik niet dat ik er af en toe en passant even naar kijk maar dat ik van (mogelijke) winkel naar (mogelijke) winkel rijd.

flIk vind geen enkel Jezus-beeld.
Niet in thrift stores, niet in de protestante winkel.
Waar ze wel degelijk engelen verkopen zodat ik nu ook niet meer begrijp waarom nicht dat afdeed als ‘katholiek’ = ongeschikt.

Vandaag vind ik het genoeg geweest.
Ik koop kunstbloemen (rozen) voor Maxine – wat in Amerika overigens héél normaal is.
Ik zeg ‘sorry’.
Meer voor dat ze zo (arm en zonder liefhebbende familie) aan haar eind moest komen dan voor mijn falen om de Shepherd aan te schaffen.

Ik raak haar steen aan.
En niet dat ik echt iets hoop te voelen en misschien was ik me ook wezenloos geschrokken als dat wel zo was geweest.

Voor de mensen in het massagraf kocht ik ook bloemen.
Volgende keer dat ik hier ben doe ik het wéér.
Geen idee wie jullie waren maar ik blijf aan jullie denken.

Massagraven op het armenveld

Een deel van de begraafplaats van Yuma is gereserveerd voor mensen die door de County worden begraven omdat ze geen geld hebben voor een mooie begrafenis en hun nabestaanden ook niet.
Die mensen krijgen eenvoudige stenen.
Regelmatig staat de naam verkeerd gespeld.

Apotter

Telkens wanneer ik in Yuma ben ga ik even kijken of er nieuwe graven zijn bijgekomen en maak daarvoor dan een memorial op Find a Grave.
Al een aantal keren vonden mensen zo verloren gewaande familieleden terug.

De vorige keer viel me op dat tussen de gewone stenen een steen stond met een verzameling aan namen.
Twaalf.
Ik dacht: misschien zijn de lichamen zoek en worden ze zo toch herdacht.
Ik kon me nl niet voorstellen dat onder die ene steen twaalf lichamen lagen.

Nu zie ik wéér zo’n verzamelsteen.

En maar 1 nieuwe, losse steen.
Zodat ik me afvraag of hier toch niet sprake is van een massagraf.
De grond voor de nieuwe steen lijkt ook duidelijk platgewalst.

Individuals who are buried at the expense of the local authorities and buried in potter’s fields may be buried in mass graves – zegt Wikipedia.

Ik google deze doden.
Over de meesten vind ik helemaal niets.
Een enkele blijkt te zijn beland bij een begrafenisondernemer.
Bij die naam staat ‘no services planned’.

Het armenveld

Yuma Cemetery bestaat uit veel velden met veel vergane graven, een kleiner aantal gekoesterde graven en niet erg veel nieuwe graven.

De oude graven op de begraafplaats worden in kaart gebracht en toegevoegd aan Find a Grave door enkele mensen (vooral vrouwen) die willen voorkomen dat herinneringen verloren gaan.
Samantha ploegt langs de vaak slecht leesbare stenen en maakt foto’s.
Marilyn raadpleegt oude documenten. Anderen, zoals ikzelf, doen af en toe iets als dat in hun planning past.

Je hebt ook krantenknippers die uit de krant de overlijdensberichten (‘obituaries’) halen die in Amerika niet slechts advertenties zijn maar hele verhalen over hoe bijzonder iemand was, wie haar of hem voorgingen en wie achterblijven.
Dankzij internet hoeven de knippers tegenwoordig niet eens meer te knippen, ze copy and pasten.
Vaak al een dag nadat de persoon is overleden en nog voordat het graf daadwerkelijk is gedolven.
Die obituaries worden voor de krant geschreven door de familie of door de begrafenisondernemer.

Er is een veld waarvoor vrijwel niemand belangstelling heeft.
Dat is het meest recente armenveld. De ‘oudste’ doden zijn van 2001.
Hier worden op kosten van de County begraven die zich geen betaald graf kunnen veroorloven: armen met een naam en ‘unidentified skeletal remains’ – wat nog erger klinkt dan ‘John Doe’.

Ik ga er altijd even kijken. Dat doe ik ook op 24 oktober 2012.
Er zijn ongeveer twintig nieuwe graven bijgekomen sinds ik er de laatste keer was.
De meeste graven zijn sober: alleen de steen.
Eén is overdadig versierd. Eén nieuw graf heeft een omheining. Een ander is bedekt met witte stenen.

  

Ik vraag me af hoeveel mág wanneer je als armlastige op kosten van de gemeenschap wordt begraven en je nabestaanden dan je graf extra optuigen met meer dan een bloemetje of een beeldje.

Ik loop het hele veld langs.
Er lijkt verder weinig veranderd. Waar graven een enkele engel hadden, hebben ze die nog steeds. Een graf met veel kunstbloemen heeft ze ook nog – dezélfde.
Eén graf, waarvan de letters waren weggesleten, is bijgewerkt.

Helemaal op de achterste rij zie ik dit.
Een grafsteen met een koesterend jack. Dat was er nog niet toen ik hier een jaar geleden rondliep.
De steen is voor John Corona (1946-2001) over wie ik verder niets kan vinden.
Dat hij geen obituary heeft verbaast me niet.
Dat heeft vrijwel niemand van de hier begravenen.

Maar dat jack, dat is lief.
Daar heb je wat aan in de koude nachten. Misschien wel meer dan aan een engeltje.

Stenen op Pet cemetery Sunset Vista






Lawrence – Walter, Sparkey en Sport

Earl J. Friend

Een vrij standaard steen op de begraafplaats Sunset Vista in de Yuma Foothills.
Meer dan de helft van deze begraafplaats bestaat uit graven van militairen en die stenen lijken erg op elkaar.
Naam, rang, jaartallen en soms iets extra’s maar heel vaak niet.

Ook de steen van Earl J. Friend, in juni 2011 op 83-jarige leeftijd in Yuma overleden, is zakelijk en strak.
Dat kun je niet zeggen van de twee stenen aan zijn ‘voeten’.

Twee stenen voor twee vrouwen met allebei de achternaam Friend.
Op de steen van Shirley Ann (1930-2002) staat My first and last sweetheart.
Op de steen van Mary (1925-2006) My second loving companion.

Ik vermoed dat Earl met beide vrouwen getrouwd is geweest.
Eerst met Shirley Ann. Zijn eerste liefde en gezien het ‘last sweetheart’ dacht hij toen ze in september 2002 overleed ook dat hij nooit meer van iemand zou houden.
Niet als ‘sweetheart’ in elk geval.

Uit  de tweede steen valt af te leiden dat er toch weer een vrouw in zijn leven is gekomen.
Toen hij (minstens) 75 en zij (minstens) 78 was.
Misschien kenden ze elkaar al jaren.
In elk geval vonden ze elkaar lief genoeg om op die hoge leeftijd met elkaar te trouwen.

My second loving companion.
Ik vind het minder heftig dan My first and last sweetheart.
Misschien was het dat ook niet.
Mijn Engels is onvoldoende om te weten of ik bij ‘loving companion’ moet denken aan ‘lief maatje’ of aan ‘liefhebbende partner’.
Misschien wel beide.

Laguna Cemetery

Deze oude begraafplaats ligt ongeveer 15 miles ten noorden van Yuma.
In een strak landbouwgebied waar je vooral Latino’s ziet werken.
Als je nog even doorrijdt kom je in een prachtig natuurgebied.

Ga rechts over een smalle brug en negeer bordjes met ‘Verboden toegang’ zijn de instructies. En pas op, want de weg wordt smal en misschien kun je dan je auto niet meer keren.

Ik loop de route, klein heuveltje op, groot terrein met niets en dan: daar is-ie.
Prachtig gelegen. Beschenen door de zon, in de verte de bewerkte aarde en de bergen.

De meeste graven zijn alleen hoopjes steen.
Een enkel (vergaan) kruis. Een enkel beeld.
Een paar graven met namen.
In totaal zouden er zeventig graven zijn. Mogelijk meer – overgroeid door de ruwe woestijnstruiken.

Dit zou het oudste graf zijn (met mooie kunstbloemen erbij).
Antonita C. Arviso Born 1876 – Died 1915 by Daughters & Sons. By her sons Douseno C. Arviso, Johnny Arviso, Bobby Arviso

Ik zie 1 graf met een officiële steen.
Juana Morales Quintero (1915-1941).
Op haar death certificate lees ik dat ze is geboren in Mexico. Color or Race: Mexican. Vader Pablo Morales, moeder Petra Esparza. Echtgenoot Alexander Quintero. Beroep: Hwfe.
Doodsoorzaak: T.B. Meningitis.

Opmerkelijk: het móet dezelfde vrouw zijn maar de data kloppen niet.
Volgens het formulier is ze geboren op 23 mei 1913 en overleden op 25 mei 1940.

Op twee andere graven staat ook als naam ‘Morales’.
Familie, vermoed ik. Uit de death certificates die ik vond (door zoeken op ‘Morales’ en ‘Yuma’ en dan eruit halen wie is begraven op Laguna Cemetery) blijkt dat niet. Niet alle doden staan in dat register zodat ook niet zeker is of de door mij gevonden Morales’ zijn begraven onder deze stenen.

Ergens op deze begraafplaats liggen in elk geval:
Felipa Morales (geboren 15-1-1887, overleden 9 februari 1935)
Jose Inez Morales (geboren 7-5-1935, overleden 7 april 1936)
Beatrice Torres Morales (geboren 8-3-1940, overleden 2 juli 1940)

De dochter van Felipa Morales, Cornelia (1916-1936), ligt hier ook begraven.

Nog een oude grafsteen: Vicente Hernandez (1901-1931).
‘Accidental drowning’ staat op zijn overlijdensacte.

Er zijn nog wat stenen en kruisen met slecht of niet leesbare namen of een enkel jaartal.

Volgens APCRP is er ook nog een graf uit 1976. Van Donny C. Wright.
Met een mooie grafsteen en een hek er omheen.

Ik ben hier begin oktober 2011 twee maal maar zie het niet.
Ik zal teruggaan. Niet alleen om het graf van Donny Wright te zoeken.
Er zijn hier zoveel kleine, vervallen en nog niet vervallen details.
Zeer de moeite van het herbezoeken waard.

Graven





 
 

Pet cemetery Sunset Vista

Wanneer ik op 29 september 2011 Sunset Vista Cemetery bezoek, vraagt de caretaker me een week later terug te komen. Aangezien de pet cemetery waar hij me ziet rondlopen er nu niet uitziet maar hij daar volgende week iets aan gaat doen. Schoonmaken.
Ik vertel dat ik een paar weken elders vertoef maar dat ik voor ik terugvlieg nog een paar dagen in Yuma ben en dan zeker zal langskomen.

Op 20 oktober is het zover.
Pet cemetery ziet er op afstand niet anders uit dan anders: een groot grasveld.
Dichtbij blijkt dat er wel degelijk aan is gewerkt: van de stenen op de eerste rij en van enkele op de tweede rij is het onkruid weggehaald. Van de overige stenen niet.
Wat kan verklaren waarom de caretaker uit de verte vriendelijk naar me zwaait maar geen praatje komt maken.

Ik maak wat foto’s (meeste volgen later).
Wat ik nu lief vind om te laten zien zijn de graven van Measles en zijn echtgenote.
Die samen 22 kinderen kregen. De grafsteen van Measles is een beetje schoongemaakt, ik probeerde zelf die van zijn vrouw te reinigen maar dat onkruid is hardnekkig – dat lukte dus niet.
 

Nu ik er toch ben maak ik een rondje rest van de begraafplaats.
Vergezeld door veel vogels met hun gezang (1 roadrunner kruiste de road toen ik de begraafplaats opliep maar wou niet gefotografeerd) lees ik stenen en maak foto’s.
Deze steen is op zijn minst opmerkelijk (even op klikken).

Dan het grote veld met de veteranengraven.
Ook daar zijn bijzondere stenen. Wanneer ik na een uur ermee kap stopt een bestelwagen en een man vraagt waarom ik foto’s maak. Een moment van twijfel. Soms wordt dat nl. niet gewaardeerd.
Nu wel.
Of ik weet dat George W. Bush hier begraven ligt, lacht de man.
Ik zeg dat ik het weet maar dat ik het graf niet ben tegengekomen. Daar, wijst hij.
Achter die boom.

Vooruit dan maar. Ik loop erheen en fotografeer de grafsteen van George W. Bush (1918-1992) die in de Tweede Wereldoorlog in de US Navy heeft gestreden.
Aan de voet van zijn steen de wat overwoekerde steen van zijn vrouw (geb. 1926 en nog niet dood of toch niet hier begraven).
 

Dit is al de tweede keer dat ik door personeel naar deze steen word gewezen.
Ik snap wel dat het iets komisch heeft. Maar toch.
Het is alsof je deze George W. Bush iets wezenlijks ontneemt.

International (of: Independent) Order of Odd Fellows (IOOF) – Section I

Zonder vooropgezet plan rijd ik op 18 oktober 2011 Yuma Cemetery op.
Ik hoop dieren te zien (gebeurt niet – wel hoor ik vogels), ik zal in elk geval even Catholic Section oplopen (doe ik altijd).

Ik zet de auto onder een boom en rechts daarvan is Section I.
De Int’l Order of Odd Fellows. Geen idee wat dat is. Wikipedia leert me later dat het een groepering is die (mij) doet denken aan de Vrijmetselaars (Masonic Lodge).
Misschien geen toeval dat de graven van deze organisaties naast elkaar liggen.
Met kleine stokjes ertussen.
(ik zal me er later in verdiepen beloof ik bij deze)

Het veld dat er op het eerste oog weinig inspirerend uitziet, verrast. Ik zie buitenlandse namen (Duits, Spaans) en Engels dat mogelijk echt ‘Engels’ is in de zin van: daar als pioneer vandaan gekomen.
Grote graven met een hele familie erin (de ene steen mooier dan de andere), veel treurige kleine steentjes met alleen de overlijdensdatum. Engelen, een Madonna. Onleesbare stenen, ingevallen graven, 1 graf, dicht bij een fonteintje, dat bijna wegzakt door het vocht.
Wel wat versiering maar niet erg recent.

Ik loop van Odd Fellows naar de Vrijmetselaars en terug.
Later wanneer ik de foto’s bekijk kan ik niet goed plaatsen welk graf nu waar lag (ik pak dit niet systematisch aan).

Dan stap ik op het eind, ik kan het niet laten, toch nog even de Catholic Section binnen.
Het blijft mijn favoriete deel.
Andere velden kan ik regelmatig met andere velden verwarren, de Catholic Section is uniek.

Graven

 

 

 

 

 

 

Desert Lawn Memorial – achterin

Desert Lawn Memorial bezoek ik zelden.
Meestal rijd ik er even overheen om via die route het naast geleden Yuma Cemetery aan te doen.

Wat me dan treft is het contrast: kleurige boeketten, ballonnen, jubelende sprinklers die zorgen voor sappig groen gras vs een troosteloze zandvlakte met onleesbare stenen en afgebroken kruisen.

Wanneer ik er op 1 oktober 2011 overheen rijd, laat ik de afslag naar Yuma Cemetery links liggen en rijd tot helemaal achteraan. Daar liggen de veteranen (en ook andere mensen) maar vooral veteranen.
Een groot monument staat er ter ere van de strijders.
Maar wat er veel minder is dan elders is sappig gras (hele plekken zijn dor) en hier zijn de meeste graven juist niet versierd.

Ik loop rond. Zie veel stenen voor mensen die ongeveer 15 jaar geleden zijn overleden, ook eerdere en meer recente stenen. Bij die van vorig jaar en dit jaar liggen bloemen. Verder amper.
Ook zitten er tussen het gras enkele erg arme kleine steentjes met nauwelijks leesbaar de naam.

Op Memorial Day zal het wel anders zijn. Dan krijgen de veteranen hun witte kruisje en hun vlaggetje (tot die weer worden ingenomen voor volgend jaar).
Maar wat een raar idee om maar eens in het jaar een weekje te worden herinnerd.

Terwijl ik rondloop zit op een paar meter afstand een vogel hard te zingen.
Alsof hij op zijn manier dit deel van de begraafplaats toch sfeer wil geven.

Desert Lawn Memorial – inzoomen op ‘achterin’

 
  
 
 

Sunset Vista Cemetery – revisited

‘Even’ wil ik op 29 september 2011 langs gaan op Sunset Vista Cemetery.
Hopend op de roadrunner die ik er zag telkens wanneer ik er was.

Ik besluit me te beperken tot de pet cemetery. Die er niet zo best uitziet. Vrijwel alles is overwoekerd. Wanneer ik onkruid even wil wegduwen voor een betere foto blijkt dat niet mogelijk, zo sterk en ruw is het.
Er zijn wel stenen maar slechts 2 wat lullige plastic boeketjes.
Ik steek over naar de menselijke doden wanneer een man me aanspreekt. Ik heb belangstelling voor de dierenbegraafplaats? Laat hij die nou net volgende week gaan opknappen. Dan moet ik terugkomen.

Weet ik dat ze een George Bush hebben? Daar, bij die boom.
Niet de echte, zeg ik. Nee, maar ze hebben ook een Noriega.
Ik spreek bewondering uit voor de mensenbegraafplaats die er mooi bijligt. Volgende week de dieren, belooft hij nogmaals. Ik beloof dat ik terugkom. Over twee weken en een paar dagen.

Ik loop nog wat rond, zie 1 vogel, niet een roadrunner.
Soms, heeft de man me nog verteld, heeft hij er drie achter z’n maaimachine. Voor de insecten.
(en ik nog denken dat ze lizards zouden eten)

Ik maak wat foto’s en wanneer ik wil wegrijden zie ik een omheining/schuur openstaan.
Veel witte kruisen. Zoals worden neergzet op Memorial Day.
Ook grafstenen. Snel een foto. Dat is een grafsteen voor een in 2001 overleden dode. Zou die binnenkort hier worden begraven? Zou er een andere steen op het graf staan?
Graven worden hier toch niet geruimd??

Van de pet cemetery nu geen foto’s: ik geef de caretakers de kans over 2 weken sterk terug te komen.

Yuma Cemetery – 3 (Old section)

Wanneer ik op 7 mei 2011 opnieuw Yuma Cemetery bezoek, word ik me erg bewust van wat Liesbeth bedoelde in een commentje met ‘weg van de waan van de dag’.
Er zijn weinig begraafplaatsen waar ik me zo ‘tussen de doden’ voel.

Op weg erheen weet ik nog niet welk deel ik zal bezoeken.
Langzaam over de paden rijdend zie ik in het fraaie katholieke deel twee mannen aan het werk bij een graf. Zo te zien knappen ze een steen op. Morgen eens kijken, denk ik. En rijd door naar het verste deel met de aller armoedigste stenen. Ik vermoed dat dit het oudste deel is.

Alleen: het ligt op enkele tientallen meters van een klein parkje (meer een grasveld) waar zwervers rondhangen.
Ik ben niet overdreven bang maar als ik zelf arm was en ik zag een vrouw met een grote auto aanrijden en dan met alleen een camera tussen graven rondlopen zou ik wellicht ook op rare gedachten komen.
Dus parkeer ik verderop en loop naar waar de laatste tien jaar wordt begraven en waar op enkele uitzonderingen na identieke saaie stenen staan.

Door elkaar gewone arme mensen en John Doe’s resp. Unidentified Skeletal Remains (waarop dan staat dat de geboortedatum onbekend is en de sterfdatum ook maar een ‘Gevonden’ datum hebben ze wel).
Mij valt op hoe weinig graven worden onderhouden. Al na een paar jaar (en soms: direct) trekken de achterblijvers de handen er vanaf.
Er zijn uitzonderingen. Met engelen en prullaria.

Een enkel graf stikt van de kunstbloemen.
In het graf ernaast (Unidentified Female) is ook een bosje kunstrozen geprikt.
Zou iemand als ik dat hebben gedaan. Vanwege het contrast. Denkend: dat ene bosje, dat mag vast wel. Het is deze vrouw die eeuwig onbekend zal blijven en aan wier graf nooit nabestaanden iets liefs nalaten, zo gegund.

Of zou de familie van het overladen graf het zelf hebben gedaan? Denkend: ze rusten samen, zij mag ook wel iets leuks hebben in haar leven na de dood.

Daar kan ik uren over nadenken.
En liefst zou ik voor al deze doden iets meenemen. Voor de onbekende botten en voor wie na een paar maanden al geen bezoek meer kreeg.

De familie DeCorse

Lopend over Section B van Yuma Cemetery zie ik in de verte, helemaal in een hoek, een aantal grafstenen in een met keien afgezet perk.

De route erheen voert over prikplantjes. Het perkje zelf is een ietsje beter onderhouden.
Wat op deze begraafplaats al snel het geval is (dat ‘ietsje beter’).

De naam van de overledenen: DeCorse.
Ongeveer 20 graven. Van zeer primitief tot wat bewerkter.
De oudste steen is uit 1891. Van Albert DeCorse (zie foto).
Het meest recente graf is van Evelyn DeCorse, née Curtiss.
Het is uit 1999.

Wie is deze familie, vraag ik me af. En waarom begraven aan het uiterste eind van de begraafplaats.
Op de tweede vraag vind ik geen antwoord. Over de familie vind ik wel informatie. Mooie informatie.
Sprookjesachtig mooi.

One of the most remembered of all of the figures of Yuma’s history during the latter half of the 19th century is Dr. Albert DeCorse.
He established the DeCorse name and its heritage in Yuma’s history in the years proceeding 1868.

Dr. Albert DeCorse set up his medical practice in Yuma in the early 1860s.
He was married to a Yuma Indian Princess named Maria de Luce Diaz and it was a very happy marriage.
Since Mrs. DeCorse could speak five languages and the Doctor could speak Spanish, French, English, and Indian, there fortunately were no language barriers to obstruct his work.

Since a large percent of the wealth of the city was due to mining, DeCorse received mostly gold nuggets in payment for his doctoring fees.
This dedicated family had six children, five boys and one girl.
Dr. DeCorse died on June 1, 1891, at the age of 57.

Het bed van de Richeys

Veel Amerikaanse graven hebben kleine hekjes. Of iets grotere hekjes.
Vaak voor een echtpaar. Soms voor een hele familie.

Doorgaans zijn dat hekjes bedoeld als afrastering: dit stukje aarde is van ons.
De Richeys hebben een bed.
Een groot, ouderwets bed. Dat veel ruimte inneemt in het landschap.

Hij ligt links. Vanuit de kijker gezien. Hij is ook het eerst gestorven.
‘Bud’ werd hij genoemd. Zijn echte voornamen (hier afgekort) zijn James Relaford.

Op de steen: Dec. 1895 – Oct. 1972
Our beloved
Husband and Father
Resting from a job well done.

Mooie tekst vind ik dat: Resting from a job well done. Die zag ik niet eerder.

Zij was 5 jaar jonger en overleed 6 jaar later.
Haar naam is Nora Anne Richey, ‘meisjes’naam Deckard.

Op haar steen: Oct. 18 1900 – Jan. 2 1978
Our beloved Mother
Our Life, Love and Eternal Faith.

Ik weet niet hoe die tekst te interpreteren. Ik dénk dat het iets betekent als: ze heeft ons het leven gegeven en liefde. En verder was ze erg gelovig.
Maar misschien zit ik er helemaal naast.

Wat ik ook nog mooi vind: de bloemen aan het, wat roestige, bed.
Niet vers, maar vers genóeg (ook voor kunstbloemen) in een verwoestend woestijnklimaat.
De zijne rood, de hare geel.

Voor altijd samen in dat bed, afgescheiden van de rest van de wereld.

Fraternal Order of Eagles en Veld K

Op 8 mei 2011 zie ik langs een niet erg groot grasveld een bord staan: Fraternal Order of Eagles.
Het grasveld is matig onderhouden maar de meeste stenen zien er behoorlijk uit.
Klein muurtje er omheen. En daarachter een troosteloze zandvlakte.

Die wil ik eerst zien.

Als je helemaal doorloopt zie je dat het veld eindigt aan een smalle weg.
Amper afgezet is de begraafplaats (paaltjes met slap koord).
Aan de overkant ligt een sloperij met autowrakken.

Kijk dat graf dicht bij de paaltjes er eens treurig bij liggen. Zo aan de straat. Weggemoffeld.
Laat ik dat maar van de andere kant fotograferen. Sjiek wordt het er niet van, maar ietsje minder tragisch.

Zo lijkt het zelfs nog wel wat, dat veld.

Tot je wat beter kijkt naar de meest onleesbare stenen en de kruisen.

Er zijn gelukkig ook een paar uitzonderingen.

Dan alsnog het veld van de Fraternal Order of Eagles. Volgens Wikipedia is dat een organisatie van weldoeners. We hebben o.a. Moederdag aan ze te danken.
“Membership is open to any person of good moral character, and believes in the existence of a supreme being.”
Elders vind ik iets anders: “Het lidmaatschap van de orde staat open voor blanke volwassenen die geloven in een opperwezen. Hoewel de reglementen de toelating van niet-blanken niet formeel verbieden is het, door de wijze van stemming over kandidaten nagenoeg uitgesloten dat zij lid kunnen worden.”

Ik heb geen idee wat waar is, maar op het veld kwam ik een Latina tegen bij het graf van haar broer Arthur Sanchez.
Zij vertelde me dat niet alleen leden van de Orde op het veld konden worden begraven, maar ook hun familieleden. Zij zelf bv.
Wat haar wel verbaasde was de ene steen voor Unknown waarop ik haar wees.

Zelf kan ik die ook niet plaatsen. Al is hierin mogelijk een aanknopingspunt te vinden (weer via Wikipedia): “The organization’s success is also attributed to its funeral benefits (no Eagle was ever buried in a Potter’s Field).”
Maar dan nog. ‘Unknown’ zou dan lid of familie van een lid moeten zijn geweest en om hem of haar als zodanig te herkennen moet die toch een naam hebben gehad.

Nog een laatste blik op het veld en de aangrenzende velden. Nu uitkijkend op vak J en (onder de bomen) het kleine parkje met de daklozen.

Ricardo Aguayo Lino

Een groot maar niet echt mooi graf op een veld met voornamelijk kleine, identieke arme-mensen-steentjes.

Op de steen een naam en de jaren 1932-1951. Verder een kruis en een klein bosje bloemen.
Ik zoek het death certificate op. Dat kan in Arizona.
Niet alle overlijdens- en geboorteberichten staan op deze site. Maar een deel wel. Tot 1960 althans.

Uit dit Certificate of death blijkt dat Ricardo is geboren in Mexico en dat hij daar ook woonde. Hij werkte als landarbeider.

Op 19 juni 1952 is hij dood aangetroffen in de woestijn 15 mijl ten zuiden van Yuma.
Doodsoorzaak: uitdroging. Wat weer is veroorzaakt door: Lost on desert without water.
Op het formulier staat nog: Interval between onset and death 2 days.
Ik vermoed dat dat een soort gegeven is. Dat je na twee dagen zonder water in de woestijn doodgaat.

Tegenwoordig overlijden veel mensen in die woestijn omdat ze in de hoop op een beter leven in Amerika vanuit Mexico er doorheen trekken. Zonder water of met te weinig water.
Wat deed Ricardo daar? Hij woonde volgens het document in Mexico. Was hij ook wat we nu een illegal alien noemen?

Ik probeer na te gaan hoe het destijds zat met Mexicaanse arbeidskrachten in de VS.
Wat vooral naar voren komt is hoe ambivalent door de jaren heen met ze is omgegaan. Van van harte welkom via uitgebuit naar eruit gezet naar weer toegelaten.
En nu dus weer ongewenst.

In welke periode van gewenst/ongewenst Ricardo in de woestijn belandde weet ik niet.
Mogelijk was hij ook helemaal niet op zoek naar werk.

Opmerkelijk: dat hij in Yuma is begraven en niet thuis. Met een relatief mooi graf (voor deze begraafplaats).