Desert Lawn Memorial – achterin

Desert Lawn Memorial bezoek ik zelden.
Meestal rijd ik er even overheen om via die route het naast geleden Yuma Cemetery aan te doen.

Wat me dan treft is het contrast: kleurige boeketten, ballonnen, jubelende sprinklers die zorgen voor sappig groen gras vs een troosteloze zandvlakte met onleesbare stenen en afgebroken kruisen.

Wanneer ik er op 1 oktober 2011 overheen rijd, laat ik de afslag naar Yuma Cemetery links liggen en rijd tot helemaal achteraan. Daar liggen de veteranen (en ook andere mensen) maar vooral veteranen.
Een groot monument staat er ter ere van de strijders.
Maar wat er veel minder is dan elders is sappig gras (hele plekken zijn dor) en hier zijn de meeste graven juist niet versierd.

Ik loop rond. Zie veel stenen voor mensen die ongeveer 15 jaar geleden zijn overleden, ook eerdere en meer recente stenen. Bij die van vorig jaar en dit jaar liggen bloemen. Verder amper.
Ook zitten er tussen het gras enkele erg arme kleine steentjes met nauwelijks leesbaar de naam.

Op Memorial Day zal het wel anders zijn. Dan krijgen de veteranen hun witte kruisje en hun vlaggetje (tot die weer worden ingenomen voor volgend jaar).
Maar wat een raar idee om maar eens in het jaar een weekje te worden herinnerd.

Terwijl ik rondloop zit op een paar meter afstand een vogel hard te zingen.
Alsof hij op zijn manier dit deel van de begraafplaats toch sfeer wil geven.

Desert Lawn Memorial – inzoomen op ‘achterin’

 
  
 
 

Bijzonder bord

Sommige begraafplaatsen hebben wel heel bijzondere arrangementen

Martinez Lake Road Cemetery

Ongeveer 50 miles ten noorden van Yuma is Martinez Lake. Een ‘resort‘ is een groot woord voor de wrakke huisjes en trailers en het kleine winkeltje en het café.
Maar het is een populaire plek voor vissers en als er niet net een motorboot voorbij raast kun je er ook vogels zien.

Een mijl of vijf vóór het meer is een kleine begraafplaats: Martinez Lake Road Cemetery.
Ik las er over en hij werd beschreven als ‘located down a steep embankment’, amper te zien vanaf de weg.
Dat steep viel erg mee. En als je weet waar hij moet liggen, zie je hem direct.

Curieus is het wel, dit plekje.
Een muurtje met een plaquette, paaltjes met kabel die voor een afbakening zorgen.
Naamloze graven. Maar wel met kunstbloemen erop.

Op de plaquette staat 1 naam, Antonio Preciado (adult). Verder John en Jane Does. Volwassenen en kinderen. Overleden in 1899.
Onderzoekers van Arizona Pioneer & Cemetery Research Project probeerden te achterhalen wie hier liggen. Ze benaderden The Yuma Women’s Reel & Rod Club die in 1977 de plaquette plaatste maar kregen geen reactie.

Van Denise Bausch, Visitor Services Manager van de Imperial National Wildlife Refuge ontvingen ze dit:
“In the 1800s a Hispanic family came up river on a steamboat and settled at what is now Fisher’s Landing. They all died in a Small Pox epidemic and were buried on an island in the lake. When Imperial Dam was to be built, O.C. Johnson Mortuary dug up the remains and moved them to the cemetery. I believe the original island was inundated when the Dam was built. The cemetery is now maintained by the Women’s Club. Unfortunately, that is all the information I have at this time.”

APCRP verhaalt over de Colorado rivier, de Imperial Dam en een klein begraafplaatsje dat door het aanleggen van de dam onder water kwam te liggen zodat de lichamen werden verplaatst.
Dit was dat begraafplaatsje.
Zoals over de grens in Californië Potholes werd verplaatst.

Interessant is nog dat O.C. Johnson Mortuary is opgericht in 1907 om in 1937 het Johnson Mortuary and Desert Lawn Memorial Park te worden, de grootste netjes bijgehouden begraafplaats in Yuma.

Desert Lawn Cemetery – 2

Op 24 mei 2011 bezoek ik deze begraafplaats voor de tweede keer.
Ik rijd naar het veld dat het verst vandaan ligt van waar ik de eerst keer was. En ontdek meteen dat de begraafplaats wel groot is maar niet zó groot als ik eerst dacht.
Vier velden. Enkele kasten met urnen.

Ik stap uit en word meteen aangevallen door vliegen. Ik wuif ze weg, bekijk graven, maak foto´s en zie uit mijn ooghoek dat rechts verderop (ik benader het veld van links boven) een terreinknecht vol toewijding twee vierkante meters gras staat aan te harken – uit *zijn* ooghoek kijkend naar *mij*.
Ik neem me voor het veld vanuit links te benaderen en dan voordat ik bij hem ben terug te lopen. Tenzij hij me eerder aanspreekt (daartoe bereid ik een tekstje voor).

Verder lopend wordt het met de vliegen steeds erger.
Is het mijn anti-zon-spray, vraag ik me af. Tot ik een dode vos zie liggen. Dicht bij de stenen. Op nog geen 40 meter van de schoffelaar. Die zijn werktijd dus écht beter kan besteden dan te loeren naar mij.

Dan: een begrafenis. Zodat ik me uit de voeten maak.
Maar misschien nog even – ander veld – de graven die ik vorig keer bezocht?
De kindergraven. En -enkele stappen op een veld daar weer naast- nog een aantal graven.

Indrukken, indrukken.
De service is al snel voorbij.
Het personeel ruimt op. “Have a nice one!” roept men elkaar toe.
Interessant altijd, die mengeling van leven en dood op een begraafplaats.

De roadrunner die ik hier de vorige keer steeds zag, zie ik dit keer niet.
Vermoedelijk vond hij dat er té veel leven was.

John Patrick Boyle

Een grote engel zie je nog wel eens op een begraafplaats.
Deze steen in combinatie met een meer dan manshoge brandweerman mét bankje maakt indruk.


John Patrick Boyle was brandweerman. J.P. stond, volgens de steen, voor ‘Just Perfect’.
Hij was zo jong toen hij dood ging (26).
Ik google zijn naam. J.P. was de eerste baby die in de (jonge gemeenschap) Golden Shores is geboren, lees ik in de Golden Sun eXtra News.

Hij laat ouders achter en veel familie and was faithfully loved by Melinda Polyak, Fiancee.

“JP was a loving son, brother, fiancee, and member of the community of Golden Shores his entire life. He was a dedicated firefighter who never missed an opportunity to lend a helping hand. He loved sand, water, and fire and lived every minute of his life to the fullest.”

Waaraan hij is overleden kan ik niet vinden.

Moederdag

Vandaag wil ik Desert Lawn Memorial Park nog eens bezoeken.
Dat blijkt geen goed idee.
Auto’s rijden af en aan. O ja: moederdag.
Een slecht moment om als vreemde met een camera er tussendoor te lopen.


Ik rijd door naar het stukje Old Cemetery dat direct achter de heg ligt.
Totale vergankelijkheid. Een grote zandvlakte met een enkele stenen en kruisen. De meeste ervan onleesbaar. Wat er met de rest is gebeurd, is een raadsel.

Bij een zeldzaam graf liggen nog wat (oude) kunstbloemen.
Verder vooral troep. En prikplantjes. En helemaal *niets*.


Ook geen bezoekende familieleden. Al een hele tijd niet meer.
Extra bitter met uitzicht op de aangrenzende begraafplaats.

Er stopt een auto terwijl ik er rondloop.
Een vrouw. Een mooie Latina. Ze komt even langs bij een graf in een aan de zandvlakte grenzend verdroogd grasveld. Om te kijken of haar zuster de bloemen wel goed heeft neergelegd.
We raken aan de praat. Over de contrasten.

Dan gaat ze verder. Naar de buren. Waar haar man begraven ligt.
Zij (67) was 47 jaar met hem getrouwd, vertelt ze. Elke moederdag gaf hij haar een roos.
Nu gaat zij hem een roos brengen.
Lief.

I can still taste you

Een belangrijk aspect van dit weblog is ‘respect’.
Respect voor de doden, respect voor hun begraafplaatsen, respect voor wie om ze treuren en ook respect voor wie niet (meer) om ze treuren.
Dat is niet iets dat ik me heb voorgenomen, dat komt vanzelf.

Ik zou willen zeggen: loop zelf eens over een begraafplaats en je weet wat ik bedoel.
Het kán gewoon niet – daar ronddwalen en dan kritisch kijken en er ‘tssk’ het *jouwe* van te vinden wanneer je iets ziet dat je niet herkent of begrijpt.
In zo’n geval past verwondering. En een pógen tot begrijpen. Wat niet altijd lukt.

In het mausoleum van Desert Lawn Memorial Park in Yuma zie ik een gedenkteken voor John die op zijn 16e of misschien zelfs 15e (er staan geen data bij) is overleden.
In 1977.
Tegen de muur is een tekst geplakt.
Van L.P. van wie ik aanneem dat het een vrouw is.
Lees de tekst.

“I was 14 and you were the first boy I ever kissed, 28 years later I can still taste you.”
Als de kus was vlak voordat John dood ging, is deze tekst in 2005 aangeplakt toen de vrouw 42 was.
Ze maakt melding van haar vader die hier ook is begraven.
En: “Another 28 years will pass John and you will still be with me.”

Mijn spontane reactie is: this creeps me out.
Want hoe verdrietig je als 14-jarige ook bent als je vriendje van 15/16 dood gaat, wanneer je 42 bent heb je toch hopelijk wel *a life* zodat hij een dierbare herinnering is maar niet meer dan dat.

‘Creeps me out’ is géén ‘respect’. In elk geval niet in de zin van: wat mooi, wat waardevol, dit verdient bewondering.
Wel respect voor de eerlijkheid van L.P. Maar haar relatie tot John die in 1977 overleed vind ik merkwaardig.

Ik aarzel daarom heel erg over het plaatsen van dit stukje.
Ik doe het toch, omdat respect 1 ding is, maar eerlijkheid is een ander ding en allebei zijn van waarde waarbij soms het een de overhand moet krijgen en soms het ander.

Ik weet wel dat ik dit nooit zou schrijven over een Nederlands graf.
Omdat ik niemand wil kwetsen.
En mocht ik dat toch doen – corrigeer me.
Alsjeblieft.

Desert Lawn Memorial Park

Op 3 juni 2010, vlak voor ik terugga naar Nederland, bezoek ik deze begraafplaats.
Eigenlijk per ongeluk. Ik wou de óude begraafplaats die ernaast ligt bezoeken, maar die heeft geen eigen ingang. De enige manier om er te komen is via Johnson Mortuary/Desert Lawn Memorial Park – en dan door een heg.

Ik parkeer op hun parkeerplaats, grijp mijn camera en loop richting de oude begraafplaats wanneer een zwarte man in een soort golfkar me aanspreekt. Hij is in een uniform, hij hoort bij de begraafplaats. En als altijd bang dat iemand zal zeggen: wat?! hier mag je niet fotograferen! begin ik een slap praatje.
Ik zeg dat ik het een mooie begraafplaats vind (de nieuwe). En dat hij opvallend goed is onderhouden.
Dat laatste is waar, maar ik zeg het om vriendelijk te zijn – en om na het compliment zo snel mogelijk weg te glippen.

Dit pakt anders uit. Meen ik dat, vraagt de man? En dat kan ik bevestigen: ik meen het. Ik voeg er aan toe dat ik al vele begraafplaatsen in Arizona heb bezocht en dat me hier meteen opviel hoe mooi alles er bij ligt.
Wat geweldig dat ik dat zeg, reageert Robert (het duurt niet lang of we wisselen namen uit). Want dat zegt nou niemand ooit tegen hem. Terwijl hij elke dag van ‘s ochtends vroeg tot ‘s avonds hard werkt met slechts twee (of was het drie?) medewerkers.
Dan: wil ik dat tegen zijn baas gaan zeggen. Daar is het kantoor.

Dit zijn de horror momenten die bijna zo erg zijn als: weg jij, met dat fototoestel.
Ik dúrf dat soort dingen niet, ik kán ze niet. Maar wat te doen behalve hard weglopen naar mijn auto wat wel zeer bijzonder slap zou zijn.
Dus beloof ik dat ik het zal doen. Nadat ik eerst wat heb rondgelopen en foto’s heb gemaakt.

Dat doe ik en dan zit er niets anders op. Ik open de zware houten deur van het kantoor en achter een balie zitten drie serieus kijkende vrouwen in het zwart. Ik zeg dat ik ‘just a visitor’ ben en stel eerst een vraag. Mij is opgevallen dat er een apart stukje begraafplaats is voor Joden, zijn mensen met andere geloven ook apart begraven?
Dan: dat ik graag even wil zeggen dat de begraafplaats zo ontzettend goed is onderhouden. Dat me dat is opgevallen en dat ik dat echt even kwijt wil. Na de derde keer belooft een van de vrouwen me dat ze het zal doorgeven aan ‘upstairs’.

En: heb ik nog tijd? Want er is ook een mausoleum, daar kan ik ook mooie foto’s maken!
Zeker heb ik tijd. En ik maak er foto’s.

Wanneer ik wegga zie ik Robert weer. Ben ik binnen geweest? Heb ik het gezegd?
Ik heb het gezegd. Hij grijpt mijn rechterhand met beide handen. Tranen in de ogen.
Ik beloof dat ik in september terugkom, want ik heb nog niet eens de helft van de begraafplaats gezien.
Ik ben benieuwd of hij me dan zal herkennen. Ik denk van niet.
Maar zolang het duurde was dit een mooie ontmoeting.

Over deze begraafplaats weet ik als feiten dat O.C. Johnson in 1907 het mortuarium heeft geopend en dat tot een aantal jaren geleden de oude begraafplaats er ook bij hoorde. Nu niet meer en dat is te zien (maar daarover later).

Graven

 

Mausoleum en/of Columbarium

Bij deze begraafplaats hoort ook een mausoleum. Dat is een kast met kisten.

Mensen kiezen hiervoor omdat het lichaam van de overledene dan langer intact blijft. Geen aantasting door elementen, geen grondwater. Maar ook geen mooie steen en met gebogen hoofd (typische houding voor al dan niet door religie ingegeven bidden) stilstaan bij wie is heengegaan.
Ik weet niet of dat de reden is dat maar bij een beperkt aantal van de ‘laden'(?) versierselen zijn aangebracht. Waar dat wel is gebeurd en zeker waar ze meer zijn dan een enkel vaasje plastic bloemen, vallen die me extra op.

Hiier zijn twee hallen zonder dak met beelden in het midden.
Ze heten allebei Columbarium (=bijzetplaats van urnen). De een heet Faith, de ander Honor.
Aan de voeten van de beelden zijn grafplaten met bloemen.
Ik weet niet of dat echte graven zijn. Of bv gedenktekens voor mensen van wie de as is uitgestrooid.
Wat ik evenmin weet is hoeveel duurder het is om hiier op de eeuwigheid te wachten. De website van het mortuarium vermeldt het nergens.
En eigenlijk ben ik ook niet zeker of dit nu een mausoleum is of een columbarium. Of misschien deels het een en deels het ander.
Wanneer ik terug ga, zal ik het vragen.

 

  
   

The Compassionate Friends

Een bijna idyllisch plekje is dit.
Een muur met twee engelen en twee bankjes.
Aan die muur naamplaatjes met geboorte- en sterfdatum.

Op de steen: The Compassionate Friends – In Memory of Our Children

Nu valt me pas op dat de namen aan de wand  inderdaad allemaal van kinderen zijn.
Vooral tieners. Bij enkele hangt ook een foto. Die heb ik gefotografeerd.

Hier probeer ik te achterhalen wie het waren, wat ze is overkomen.
Dat lukt me niet.

The Compassionate Friends vind ik wél. Dat is een organisatie die steun biedt aan ouders die een kind verliezen.
Niet per se een klein of jong kind. Het gaat om een kind “at any age from any cause”.
Ook grootouders en broers en zussen zijn welkom.

Ze houden bijeenkomsten waar ze met elkaar praten. Overal in Amerika zijn ‘chapters’ (afdelingen). Ze werken samen met een site waar je een online Memorial kunt neerzetten.
Nergens lees ik dat ze ook dit soort muren laten bouwen. In Yuma is niet eens een chapter.
Weer een raadseltje erbij.

Hier nog een eigen stukje Memorial.

  

Sterfdatum: 24 juni 2005

 

De stenen van Adrienne Heredia en Danny Heredia liggen dicht bij elkaar. Sterfdatum van beide: 24 juni 2005. Nog een paar kinderstenen met diezelfde datum: Inez Newman, Andreas Crawford en Enrique Bedoya.
Ik vermoed: auto-ongeluk. Het blijkt: moord.

Adrienne is de moeder van alle kinderen (inderdaad: van verschillende vaders) en ze zijn op 24 juni 2005 om half negen ‘s avonds in hun woning gedood. Haar vriend, Luis Rios, lag dood in de tuin. De vriend en Danny zijn door het hoofd geschoten, de andere slachtoffers zijn gewurgd.

Getuigen zagen een man wegrennen, er is een schets gemaakt, honderden tips zijn nagetrokken en meer dan 1300 mensen zijn ondervraagd.
In november 2007 lijkt er schot in de zaak te komen wanneer een plaatselijke dokter, Satinder Gill, wordt vermoord. De dader zou Preston Strong zijn. Wie weet, denkt men, heeft die ook de moorden op Adrienne Heredia en vriend en kinderen gepleegd.
Ook dit onderzoek leidt niet tot een aanhouding en vervolging. 

This case is so sad and I am shocked at the lack of media coverage, schrijft Kim op 23 januari in een ter nagedachtenis van deze familie opengesteld gastenboek. Is it because all the victims were hispanic? Was it because mom was troubled and had kids from different men? I sent this into Dateline to do a show on and I am emailing this to Americas Most Wanted to see if they can run this again.
Somebody out there knows something.
6 people dead, 4 of them kids and nobody knows anything?

Op 24 juni 2009 besteedt de plaatselijke tv-zender KSWT13 uitgebreid aandacht aan de zaak. Er wordt nog steeds aan de zaak gewerkt, verzekert ons Sgt. Ron Rodriguez. En wie iets weet, moet zich zeker melden.

De laatste boodschap in het Gastenboek is wederom van Kim. Op 23 juni 2010 schrijft ze: I can’t believe tomorrow will be 5 years that someone took you from all of us. We all know you are in a better place, but it’s so hard. While at graduation I couldn’t help but think Andres should be crossing that stage along with his friends. We love and miss you and think about you all the time. You’ll never be forgotten. 

Op Find a Grave is veel aandacht voor deze mensen. Slechts hun grafstenen ontbraken, maar daar kon ik gelukkig voor zorgen. Alleen die van Luis Rios had ik niet. Zag ik hem over het hoofd? Of was hij, als laatste boyfriend in de reeks, niet bij ze begraven?