Massagraven op het armenveld

Een deel van de begraafplaats van Yuma is gereserveerd voor mensen die door de County worden begraven omdat ze geen geld hebben voor een mooie begrafenis en hun nabestaanden ook niet.
Die mensen krijgen eenvoudige stenen.
Regelmatig staat de naam verkeerd gespeld.

Apotter

Telkens wanneer ik in Yuma ben ga ik even kijken of er nieuwe graven zijn bijgekomen en maak daarvoor dan een memorial op Find a Grave.
Al een aantal keren vonden mensen zo verloren gewaande familieleden terug.

De vorige keer viel me op dat tussen de gewone stenen een steen stond met een verzameling aan namen.
Twaalf.
Ik dacht: misschien zijn de lichamen zoek en worden ze zo toch herdacht.
Ik kon me nl niet voorstellen dat onder die ene steen twaalf lichamen lagen.

Nu zie ik wéér zo’n verzamelsteen.

En maar 1 nieuwe, losse steen.
Zodat ik me afvraag of hier toch niet sprake is van een massagraf.
De grond voor de nieuwe steen lijkt ook duidelijk platgewalst.

Individuals who are buried at the expense of the local authorities and buried in potter’s fields may be buried in mass graves – zegt Wikipedia.

Ik google deze doden.
Over de meesten vind ik helemaal niets.
Een enkele blijkt te zijn beland bij een begrafenisondernemer.
Bij die naam staat ‘no services planned’.

Stenen op Pet cemetery Sunset Vista






Earl J. Friend

Een vrij standaard steen op de begraafplaats Sunset Vista in de Yuma Foothills.
Meer dan de helft van deze begraafplaats bestaat uit graven van militairen en die stenen lijken erg op elkaar.
Naam, rang, jaartallen en soms iets extra’s maar heel vaak niet.

Ook de steen van Earl J. Friend, in juni 2011 op 83-jarige leeftijd in Yuma overleden, is zakelijk en strak.
Dat kun je niet zeggen van de twee stenen aan zijn ‘voeten’.

Twee stenen voor twee vrouwen met allebei de achternaam Friend.
Op de steen van Shirley Ann (1930-2002) staat My first and last sweetheart.
Op de steen van Mary (1925-2006) My second loving companion.

Ik vermoed dat Earl met beide vrouwen getrouwd is geweest.
Eerst met Shirley Ann. Zijn eerste liefde en gezien het ‘last sweetheart’ dacht hij toen ze in september 2002 overleed ook dat hij nooit meer van iemand zou houden.
Niet als ‘sweetheart’ in elk geval.

Uit  de tweede steen valt af te leiden dat er toch weer een vrouw in zijn leven is gekomen.
Toen hij (minstens) 75 en zij (minstens) 78 was.
Misschien kenden ze elkaar al jaren.
In elk geval vonden ze elkaar lief genoeg om op die hoge leeftijd met elkaar te trouwen.

My second loving companion.
Ik vind het minder heftig dan My first and last sweetheart.
Misschien was het dat ook niet.
Mijn Engels is onvoldoende om te weten of ik bij ‘loving companion’ moet denken aan ‘lief maatje’ of aan ‘liefhebbende partner’.
Misschien wel beide.

Laguna Cemetery

Deze oude begraafplaats ligt ongeveer 15 miles ten noorden van Yuma.
In een strak landbouwgebied waar je vooral Latino’s ziet werken.
Als je nog even doorrijdt kom je in een prachtig natuurgebied.

Ga rechts over een smalle brug en negeer bordjes met ‘Verboden toegang’ zijn de instructies. En pas op, want de weg wordt smal en misschien kun je dan je auto niet meer keren.

Ik loop de route, klein heuveltje op, groot terrein met niets en dan: daar is-ie.
Prachtig gelegen. Beschenen door de zon, in de verte de bewerkte aarde en de bergen.

De meeste graven zijn alleen hoopjes steen.
Een enkel (vergaan) kruis. Een enkel beeld.
Een paar graven met namen.
In totaal zouden er zeventig graven zijn. Mogelijk meer – overgroeid door de ruwe woestijnstruiken.

Dit zou het oudste graf zijn (met mooie kunstbloemen erbij).
Antonita C. Arviso Born 1876 – Died 1915 by Daughters & Sons. By her sons Douseno C. Arviso, Johnny Arviso, Bobby Arviso

Ik zie 1 graf met een officiële steen.
Juana Morales Quintero (1915-1941).
Op haar death certificate lees ik dat ze is geboren in Mexico. Color or Race: Mexican. Vader Pablo Morales, moeder Petra Esparza. Echtgenoot Alexander Quintero. Beroep: Hwfe.
Doodsoorzaak: T.B. Meningitis.

Opmerkelijk: het móet dezelfde vrouw zijn maar de data kloppen niet.
Volgens het formulier is ze geboren op 23 mei 1913 en overleden op 25 mei 1940.

Op twee andere graven staat ook als naam ‘Morales’.
Familie, vermoed ik. Uit de death certificates die ik vond (door zoeken op ‘Morales’ en ‘Yuma’ en dan eruit halen wie is begraven op Laguna Cemetery) blijkt dat niet. Niet alle doden staan in dat register zodat ook niet zeker is of de door mij gevonden Morales’ zijn begraven onder deze stenen.

Ergens op deze begraafplaats liggen in elk geval:
Felipa Morales (geboren 15-1-1887, overleden 9 februari 1935)
Jose Inez Morales (geboren 7-5-1935, overleden 7 april 1936)
Beatrice Torres Morales (geboren 8-3-1940, overleden 2 juli 1940)

De dochter van Felipa Morales, Cornelia (1916-1936), ligt hier ook begraven.

Nog een oude grafsteen: Vicente Hernandez (1901-1931).
‘Accidental drowning’ staat op zijn overlijdensacte.

Er zijn nog wat stenen en kruisen met slecht of niet leesbare namen of een enkel jaartal.

Volgens APCRP is er ook nog een graf uit 1976. Van Donny C. Wright.
Met een mooie grafsteen en een hek er omheen.

Ik ben hier begin oktober 2011 twee maal maar zie het niet.
Ik zal teruggaan. Niet alleen om het graf van Donny Wright te zoeken.
Er zijn hier zoveel kleine, vervallen en nog niet vervallen details.
Zeer de moeite van het herbezoeken waard.

Graven

 

 

 

 

 

 

Desert Lawn Memorial – achterin

Desert Lawn Memorial bezoek ik zelden.
Meestal rijd ik er even overheen om via die route het naast geleden Yuma Cemetery aan te doen.

Wat me dan treft is het contrast: kleurige boeketten, ballonnen, jubelende sprinklers die zorgen voor sappig groen gras vs een troosteloze zandvlakte met onleesbare stenen en afgebroken kruisen.

Wanneer ik er op 1 oktober 2011 overheen rijd, laat ik de afslag naar Yuma Cemetery links liggen en rijd tot helemaal achteraan. Daar liggen de veteranen (en ook andere mensen) maar vooral veteranen.
Een groot monument staat er ter ere van de strijders.
Maar wat er veel minder is dan elders is sappig gras (hele plekken zijn dor) en hier zijn de meeste graven juist niet versierd.

Ik loop rond. Zie veel stenen voor mensen die ongeveer 15 jaar geleden zijn overleden, ook eerdere en meer recente stenen. Bij die van vorig jaar en dit jaar liggen bloemen. Verder amper.
Ook zitten er tussen het gras enkele erg arme kleine steentjes met nauwelijks leesbaar de naam.

Op Memorial Day zal het wel anders zijn. Dan krijgen de veteranen hun witte kruisje en hun vlaggetje (tot die weer worden ingenomen voor volgend jaar).
Maar wat een raar idee om maar eens in het jaar een weekje te worden herinnerd.

Terwijl ik rondloop zit op een paar meter afstand een vogel hard te zingen.
Alsof hij op zijn manier dit deel van de begraafplaats toch sfeer wil geven.

Desert Lawn Memorial – inzoomen op ‘achterin’

 
  
 
 

Sunset Vista Cemetery – revisited

‘Even’ wil ik op 29 september 2011 langs gaan op Sunset Vista Cemetery.
Hopend op de roadrunner die ik er zag telkens wanneer ik er was.

Ik besluit me te beperken tot de pet cemetery. Die er niet zo best uitziet. Vrijwel alles is overwoekerd. Wanneer ik onkruid even wil wegduwen voor een betere foto blijkt dat niet mogelijk, zo sterk en ruw is het.
Er zijn wel stenen maar slechts 2 wat lullige plastic boeketjes.
Ik steek over naar de menselijke doden wanneer een man me aanspreekt. Ik heb belangstelling voor de dierenbegraafplaats? Laat hij die nou net volgende week gaan opknappen. Dan moet ik terugkomen.

Weet ik dat ze een George Bush hebben? Daar, bij die boom.
Niet de echte, zeg ik. Nee, maar ze hebben ook een Noriega.
Ik spreek bewondering uit voor de mensenbegraafplaats die er mooi bijligt. Volgende week de dieren, belooft hij nogmaals. Ik beloof dat ik terugkom. Over twee weken en een paar dagen.

Ik loop nog wat rond, zie 1 vogel, niet een roadrunner.
Soms, heeft de man me nog verteld, heeft hij er drie achter z’n maaimachine. Voor de insecten.
(en ik nog denken dat ze lizards zouden eten)

Ik maak wat foto’s en wanneer ik wil wegrijden zie ik een omheining/schuur openstaan.
Veel witte kruisen. Zoals worden neergzet op Memorial Day.
Ook grafstenen. Snel een foto. Dat is een grafsteen voor een in 2001 overleden dode. Zou die binnenkort hier worden begraven? Zou er een andere steen op het graf staan?
Graven worden hier toch niet geruimd??

Van de pet cemetery nu geen foto’s: ik geef de caretakers de kans over 2 weken sterk terug te komen.

Martinez Lake Road Cemetery

Ongeveer 50 miles ten noorden van Yuma is Martinez Lake. Een ‘resort‘ is een groot woord voor de wrakke huisjes en trailers en het kleine winkeltje en het café.
Maar het is een populaire plek voor vissers en als er niet net een motorboot voorbij raast kun je er ook vogels zien.

Een mijl of vijf vóór het meer is een kleine begraafplaats: Martinez Lake Road Cemetery.
Ik las er over en hij werd beschreven als ‘located down a steep embankment’, amper te zien vanaf de weg.
Dat steep viel erg mee. En als je weet waar hij moet liggen, zie je hem direct.

Curieus is het wel, dit plekje.
Een muurtje met een plaquette, paaltjes met kabel die voor een afbakening zorgen.
Naamloze graven. Maar wel met kunstbloemen erop.

Op de plaquette staat 1 naam, Antonio Preciado (adult). Verder John en Jane Does. Volwassenen en kinderen. Overleden in 1899.
Onderzoekers van Arizona Pioneer & Cemetery Research Project probeerden te achterhalen wie hier liggen. Ze benaderden The Yuma Women’s Reel & Rod Club die in 1977 de plaquette plaatste maar kregen geen reactie.

Van Denise Bausch, Visitor Services Manager van de Imperial National Wildlife Refuge ontvingen ze dit:
“In the 1800s a Hispanic family came up river on a steamboat and settled at what is now Fisher’s Landing. They all died in a Small Pox epidemic and were buried on an island in the lake. When Imperial Dam was to be built, O.C. Johnson Mortuary dug up the remains and moved them to the cemetery. I believe the original island was inundated when the Dam was built. The cemetery is now maintained by the Women’s Club. Unfortunately, that is all the information I have at this time.”

APCRP verhaalt over de Colorado rivier, de Imperial Dam en een klein begraafplaatsje dat door het aanleggen van de dam onder water kwam te liggen zodat de lichamen werden verplaatst.
Dit was dat begraafplaatsje.
Zoals over de grens in Californië Potholes werd verplaatst.

Interessant is nog dat O.C. Johnson Mortuary is opgericht in 1907 om in 1937 het Johnson Mortuary and Desert Lawn Memorial Park te worden, de grootste netjes bijgehouden begraafplaats in Yuma.

Memorial Day

Op Memorial Day 2011 rijd ik van Kingman naar Yuma. Onderweg doe ik Parker Cemetery aan. Ik wil zien hoe het arme deel achterin erbij ligt. En verheug me ook op de vlaggetjes in het mooie deel. Altijd een feestelijk gezicht.

Het is razend druk. Niet met mensen die hun doden bij een eigen steen gedenken maar met feestvierders. Twee tribunes staan klaar. Een Mexicaans uitziende man (sombrero, gitaar) staat bij een geluidsinstallatie. Auto’s rijden aan en aan. Parkerend naast het arme deel. Want de parkeerplaatsen elders zijn al vol.

De arme begraafplaats lijkt iets opgeknapt. Een aantal verse (maar naamloze) kruisen. Terwijl ik rondloop komt een man aanhollen. Hij plaatst twee vlaggetjes. Een bij een steen waarop staat dat de man in een oorlog heeft gevochten. De ander bij het naamloze kruis ernaast. Ook een soldaat? Zou hij blij zijn met die ene vlag 1x per jaar. En waarom krijgt het 2e naamloze kruis in hetzelfde rijtje niets?
Ik laat er een pebbel bij achter en vertrek. Via een achteruitgang/sluipweg. Want het feest staat nu echt op het punt van uitbarsten.

Quartzsite
Quartzsite cemetery is geheel verlaten. Ik ben de enige bezoeker. Maar iemand ging me voor. Met identieke vlaggetjes en rode glitterkransjes. Voor graven waarop staat dat mensen in oorlogen hebben gevochten. En voor een aantal graven van pioniers. Vochten die ook in oorlogen? Of wordt hun hele leven als ‘oorlog’ (=strijd om het bestaan) beschouwd?
Toch niet, dat laatste, denk ik. Want niet *alle* verder erg primitieve graven (sommige zelfs zonder naam) kregen een vlag.
Misschien streden ze toch in WO I?

Yuma Cemetery
Er is nog 1 begraafplaats waar ik vlaggetjes wil zien. Yuma Cemetery.
De vlaggetjes zijn uitgedeeld en waar nodig ook kruisen, lees ik in de Yuma Sun. Ze worden geplaatst door Sons of the American Legion and American Legion Auxiliary Unit 19 (SAL) – al meer dan 40 jaar. Deze week misten ze ruim 100 kruisen. Die bleken vorig jaar te zijn weggehaald door een andere zorgzame groep. Om vernieling te voorkomen. Nu hebben ze ze terug. En hebben ze ze geplaatst.

Op goed geluk bezoek ik vandaag een paar secties van de begraafplaats. Masonic. Het allerarmste county deel. En -met de auto- de Catholic Section.

Ik zie vlaggetjes maar niet erg veel. Ook hier staan ze bij enkele graven zonder naam of oude stenen waarop niets staat vermeld over het zijn van oorlogsveteraan. Het lijkt wel of deze vrijwilligers beter zijn geinformeerd over wie er op Yuma County is begraven dan de stad zelf (van veel mensen hoorde ik al dat ze daar hierover weinig weten).

Catholic Section wil ik ook nog bezoeken. Geweldig: iemand heeft een vlaggetje bevestigd in de hand van een zegenende Jezus. Het wappert in de wind. Alsof Jezus er boven een graf mee staat te zwaaien.
Misschien heel letterlijk bedoeld: Godd bless the USA?

Moederdag

Vandaag wil ik Desert Lawn Memorial Park nog eens bezoeken.
Dat blijkt geen goed idee.
Auto’s rijden af en aan. O ja: moederdag.
Een slecht moment om als vreemde met een camera er tussendoor te lopen.


Ik rijd door naar het stukje Old Cemetery dat direct achter de heg ligt.
Totale vergankelijkheid. Een grote zandvlakte met een enkele stenen en kruisen. De meeste ervan onleesbaar. Wat er met de rest is gebeurd, is een raadsel.

Bij een zeldzaam graf liggen nog wat (oude) kunstbloemen.
Verder vooral troep. En prikplantjes. En helemaal *niets*.


Ook geen bezoekende familieleden. Al een hele tijd niet meer.
Extra bitter met uitzicht op de aangrenzende begraafplaats.

Er stopt een auto terwijl ik er rondloop.
Een vrouw. Een mooie Latina. Ze komt even langs bij een graf in een aan de zandvlakte grenzend verdroogd grasveld. Om te kijken of haar zuster de bloemen wel goed heeft neergelegd.
We raken aan de praat. Over de contrasten.

Dan gaat ze verder. Naar de buren. Waar haar man begraven ligt.
Zij (67) was 47 jaar met hem getrouwd, vertelt ze. Elke moederdag gaf hij haar een roos.
Nu gaat zij hem een roos brengen.
Lief.

Yuma Cemetery – 3 (Old section)

Wanneer ik op 7 mei 2011 opnieuw Yuma Cemetery bezoek, word ik me erg bewust van wat Liesbeth bedoelde in een commentje met ‘weg van de waan van de dag’.
Er zijn weinig begraafplaatsen waar ik me zo ‘tussen de doden’ voel.

Op weg erheen weet ik nog niet welk deel ik zal bezoeken.
Langzaam over de paden rijdend zie ik in het fraaie katholieke deel twee mannen aan het werk bij een graf. Zo te zien knappen ze een steen op. Morgen eens kijken, denk ik. En rijd door naar het verste deel met de aller armoedigste stenen. Ik vermoed dat dit het oudste deel is.

Alleen: het ligt op enkele tientallen meters van een klein parkje (meer een grasveld) waar zwervers rondhangen.
Ik ben niet overdreven bang maar als ik zelf arm was en ik zag een vrouw met een grote auto aanrijden en dan met alleen een camera tussen graven rondlopen zou ik wellicht ook op rare gedachten komen.
Dus parkeer ik verderop en loop naar waar de laatste tien jaar wordt begraven en waar op enkele uitzonderingen na identieke saaie stenen staan.

Door elkaar gewone arme mensen en John Doe’s resp. Unidentified Skeletal Remains (waarop dan staat dat de geboortedatum onbekend is en de sterfdatum ook maar een ‘Gevonden’ datum hebben ze wel).
Mij valt op hoe weinig graven worden onderhouden. Al na een paar jaar (en soms: direct) trekken de achterblijvers de handen er vanaf.
Er zijn uitzonderingen. Met engelen en prullaria.

Een enkel graf stikt van de kunstbloemen.
In het graf ernaast (Unidentified Female) is ook een bosje kunstrozen geprikt.
Zou iemand als ik dat hebben gedaan. Vanwege het contrast. Denkend: dat ene bosje, dat mag vast wel. Het is deze vrouw die eeuwig onbekend zal blijven en aan wier graf nooit nabestaanden iets liefs nalaten, zo gegund.

Of zou de familie van het overladen graf het zelf hebben gedaan? Denkend: ze rusten samen, zij mag ook wel iets leuks hebben in haar leven na de dood.

Daar kan ik uren over nadenken.
En liefst zou ik voor al deze doden iets meenemen. Voor de onbekende botten en voor wie na een paar maanden al geen bezoek meer kreeg.

De familie DeCorse

Lopend over Section B van Yuma Cemetery zie ik in de verte, helemaal in een hoek, een aantal grafstenen in een met keien afgezet perk.

De route erheen voert over prikplantjes. Het perkje zelf is een ietsje beter onderhouden.
Wat op deze begraafplaats al snel het geval is (dat ‘ietsje beter’).

De naam van de overledenen: DeCorse.
Ongeveer 20 graven. Van zeer primitief tot wat bewerkter.
De oudste steen is uit 1891. Van Albert DeCorse (zie foto).
Het meest recente graf is van Evelyn DeCorse, née Curtiss.
Het is uit 1999.

Wie is deze familie, vraag ik me af. En waarom begraven aan het uiterste eind van de begraafplaats.
Op de tweede vraag vind ik geen antwoord. Over de familie vind ik wel informatie. Mooie informatie.
Sprookjesachtig mooi.

One of the most remembered of all of the figures of Yuma’s history during the latter half of the 19th century is Dr. Albert DeCorse.
He established the DeCorse name and its heritage in Yuma’s history in the years proceeding 1868.

Dr. Albert DeCorse set up his medical practice in Yuma in the early 1860s.
He was married to a Yuma Indian Princess named Maria de Luce Diaz and it was a very happy marriage.
Since Mrs. DeCorse could speak five languages and the Doctor could speak Spanish, French, English, and Indian, there fortunately were no language barriers to obstruct his work.

Since a large percent of the wealth of the city was due to mining, DeCorse received mostly gold nuggets in payment for his doctoring fees.
This dedicated family had six children, five boys and one girl.
Dr. DeCorse died on June 1, 1891, at the age of 57.

Het bed van de Richeys

Veel Amerikaanse graven hebben kleine hekjes. Of iets grotere hekjes.
Vaak voor een echtpaar. Soms voor een hele familie.

Doorgaans zijn dat hekjes bedoeld als afrastering: dit stukje aarde is van ons.
De Richeys hebben een bed.
Een groot, ouderwets bed. Dat veel ruimte inneemt in het landschap.

Hij ligt links. Vanuit de kijker gezien. Hij is ook het eerst gestorven.
‘Bud’ werd hij genoemd. Zijn echte voornamen (hier afgekort) zijn James Relaford.

Op de steen: Dec. 1895 – Oct. 1972
Our beloved
Husband and Father
Resting from a job well done.

Mooie tekst vind ik dat: Resting from a job well done. Die zag ik niet eerder.

Zij was 5 jaar jonger en overleed 6 jaar later.
Haar naam is Nora Anne Richey, ‘meisjes’naam Deckard.

Op haar steen: Oct. 18 1900 – Jan. 2 1978
Our beloved Mother
Our Life, Love and Eternal Faith.

Ik weet niet hoe die tekst te interpreteren. Ik dénk dat het iets betekent als: ze heeft ons het leven gegeven en liefde. En verder was ze erg gelovig.
Maar misschien zit ik er helemaal naast.

Wat ik ook nog mooi vind: de bloemen aan het, wat roestige, bed.
Niet vers, maar vers genóeg (ook voor kunstbloemen) in een verwoestend woestijnklimaat.
De zijne rood, de hare geel.

Voor altijd samen in dat bed, afgescheiden van de rest van de wereld.

Fraternal Order of Eagles en Veld K

Op 8 mei 2011 zie ik langs een niet erg groot grasveld een bord staan: Fraternal Order of Eagles.
Het grasveld is matig onderhouden maar de meeste stenen zien er behoorlijk uit.
Klein muurtje er omheen. En daarachter een troosteloze zandvlakte.

Die wil ik eerst zien.

Als je helemaal doorloopt zie je dat het veld eindigt aan een smalle weg.
Amper afgezet is de begraafplaats (paaltjes met slap koord).
Aan de overkant ligt een sloperij met autowrakken.

Kijk dat graf dicht bij de paaltjes er eens treurig bij liggen. Zo aan de straat. Weggemoffeld.
Laat ik dat maar van de andere kant fotograferen. Sjiek wordt het er niet van, maar ietsje minder tragisch.

Zo lijkt het zelfs nog wel wat, dat veld.

Tot je wat beter kijkt naar de meest onleesbare stenen en de kruisen.

Er zijn gelukkig ook een paar uitzonderingen.

Dan alsnog het veld van de Fraternal Order of Eagles. Volgens Wikipedia is dat een organisatie van weldoeners. We hebben o.a. Moederdag aan ze te danken.
“Membership is open to any person of good moral character, and believes in the existence of a supreme being.”
Elders vind ik iets anders: “Het lidmaatschap van de orde staat open voor blanke volwassenen die geloven in een opperwezen. Hoewel de reglementen de toelating van niet-blanken niet formeel verbieden is het, door de wijze van stemming over kandidaten nagenoeg uitgesloten dat zij lid kunnen worden.”

Ik heb geen idee wat waar is, maar op het veld kwam ik een Latina tegen bij het graf van haar broer Arthur Sanchez.
Zij vertelde me dat niet alleen leden van de Orde op het veld konden worden begraven, maar ook hun familieleden. Zij zelf bv.
Wat haar wel verbaasde was de ene steen voor Unknown waarop ik haar wees.

Zelf kan ik die ook niet plaatsen. Al is hierin mogelijk een aanknopingspunt te vinden (weer via Wikipedia): “The organization’s success is also attributed to its funeral benefits (no Eagle was ever buried in a Potter’s Field).”
Maar dan nog. ‘Unknown’ zou dan lid of familie van een lid moeten zijn geweest en om hem of haar als zodanig te herkennen moet die toch een naam hebben gehad.

Nog een laatste blik op het veld en de aangrenzende velden. Nu uitkijkend op vak J en (onder de bomen) het kleine parkje met de daklozen.

Ricardo Aguayo Lino

Een groot maar niet echt mooi graf op een veld met voornamelijk kleine, identieke arme-mensen-steentjes.

Op de steen een naam en de jaren 1932-1951. Verder een kruis en een klein bosje bloemen.
Ik zoek het death certificate op. Dat kan in Arizona.
Niet alle overlijdens- en geboorteberichten staan op deze site. Maar een deel wel. Tot 1960 althans.

Uit dit Certificate of death blijkt dat Ricardo is geboren in Mexico en dat hij daar ook woonde. Hij werkte als landarbeider.

Op 19 juni 1952 is hij dood aangetroffen in de woestijn 15 mijl ten zuiden van Yuma.
Doodsoorzaak: uitdroging. Wat weer is veroorzaakt door: Lost on desert without water.
Op het formulier staat nog: Interval between onset and death 2 days.
Ik vermoed dat dat een soort gegeven is. Dat je na twee dagen zonder water in de woestijn doodgaat.

Tegenwoordig overlijden veel mensen in die woestijn omdat ze in de hoop op een beter leven in Amerika vanuit Mexico er doorheen trekken. Zonder water of met te weinig water.
Wat deed Ricardo daar? Hij woonde volgens het document in Mexico. Was hij ook wat we nu een illegal alien noemen?

Ik probeer na te gaan hoe het destijds zat met Mexicaanse arbeidskrachten in de VS.
Wat vooral naar voren komt is hoe ambivalent door de jaren heen met ze is omgegaan. Van van harte welkom via uitgebuit naar eruit gezet naar weer toegelaten.
En nu dus weer ongewenst.

In welke periode van gewenst/ongewenst Ricardo in de woestijn belandde weet ik niet.
Mogelijk was hij ook helemaal niet op zoek naar werk.

Opmerkelijk: dat hij in Yuma is begraven en niet thuis. Met een relatief mooi graf (voor deze begraafplaats).

Glad to be of help

Laatst overviel me: kan dit wel.
Wat raar was want ik ben nu bijna een jaar met deze site bezig en eerst kon ik er voor mijn gevoel niet genoeg tijd aan besteden.
De twijfel sloeg toe om twee redenen.
Ik heb nog enkele begraafplaatsen (en vele graven) ‘liggen’ uit Amerika. Maar wat ik in september voelde kan ik nu alleen nog globaal terughalen. En zo was het niet bedoeld. Het gaat me juist om eerste indrukken, directe ervaringen.

De andere reden was een zekere gêne mbt de begraafplaatsen hier.
Mocht ik wel spitten in het verleden van mensen wier nabestaanden het mogelijk zouden lezen? Deed ik misschien mensen pijn.

Gisteren krijg ik mail. Een Amerikaanse vrouw vraagt me een Memorial die ik op Find a Grave zette aan haar over te dragen. Het graf ligt op dat prachtige, slecht onderhouden maar betoverend mooie Yuma Cemetery en is van haar overgrootvader (“ggrandfather“).
I would like a transfer so I can write up a nice bio of his life and death—he died while swimming in a river and left a wife and eleven children.”

Natuurlijk draag ik de Memorial over. Dan stuurt ze me een verzoek.
I am having a hard time finding the grave of his wife. I was told she is also in the Yuma Cemetery but when I called, they were unable to locate any information on her.
Several years after her husband died, she remarried but it wasn’t a good marriage and they separated.
When she died, she still had the second husband’s name. But because of the 11 children and the stories I’ve been told, I still think she is buried either next to her first husband or somewhere in the Yuma Cemetery.
So, since you spend time in Yuma, if you ever run across Mary D. Trull or Mary D. George 1874-1943, please let me know.”

Ik heb geen idee wáár ik de steen zou moeten zoeken en Yuma Cemetery is enorm.
Maar na het doorzoeken van mijn foto’s vind ik twee overzichtfoto’s waarop de steen van ggrandfather op de achtergrond staat.
Ik dénk nu te weten in welk deel van de begraafplaats dit is.

In mei ga ik zoeken.
Vooral blij dat dit niet een rare privé obsessie is maar dat ik er ook iets mee kan betekenen voor anderen.

 

Catholic Section – 2

In september 2010 bezoek ik opnieuw Yuma Cemetery.
1x ga ik naar de Old Section (die mogelijk anders wordt genoemd), 3x naar de Catholic Section.
Twee keer loop ik rond in hetzelfde deel. De tweede keer herken ik wat ik al eerder zag maar ook valt me steeds iets nieuws op.

Bloedheet is het (45+ graden Celsius).
En het is dat zelfs betovering het na een uur, maximaal anderhalf aflegt tegen oververhitting – anders zou ik langer blijven.
Nu rest me niets anders dan telkens teruggaan.
Wat ik zal blijven doen.
Me buigend over vervallen graven, ingestorte kruisen, onthoofde beelden.
Andere beelden met priemende ogen.

Pas thuis merk ik: deze begraafplaats is op Find a Grave nog nauwelijks in kaart gebracht.
Zeker het zo mooie katholieke deel is vrijwel onontgonnen gebied.
Wel is voor de 1e burgemeester van Yuma, Jose Maria Redondo, een Memorial opgericht.
De informatie daar geeft een mooi beeld van hoe het leven meer dan een eeuw geleden in Yuma was.

 
 
 
 

Aldo Galaviz (en de bierflesjes)

The Catholic Section van Yuma Cemetery is een curieus mengsel van hoopjes verhoogde aarde, ingezakte hekjes, onleesbare stenen en protserige beelden.
Dit trekt mijn aandacht en het valt niet mee om in het geheel van goede gaven te achterhalen wie wordt herdacht.

Het blijkt te gaan om Aldo Galaviz, een scholier die op 16-jarige leeftijd om het leven kwam.
Auto vloog over de kop: On Friday, Cibola students Miguel Angel Juarez Jr., 16, Aldo Galaviz, 16, and Diana Gil, 16, died after the vehicle they were riding in rolled over on Avenue C, near County 13th Street.
The driver of the vehicle, Juan Manuel Lopez Jr., 19, also died.
Excessive speed may have been a factor in the accident, according to Lt. Eben Bratcher of the Yuma County Sheriff’s Office.

Opmerkelijk vind ik aan de voet van het bouwwerk de lege fles bier.
Omdat ook in Amerika 16 te jong is om te mogen drinken.

Iets verderop nog een graf met een flesje bier (light dit maal).
Eigenlijk zie ik dat best vaak. In het echt dan. Niet op FindaGrave.
Hoe dat komt, weet ik intussen ook (althans deels).
Een vrouw met wie ik via FaG een paar keer mailde vertelde me dat zij de bierflesjes altijd weg-photoshopt.
So much for kijk eens, zo ligt het graf van uw achteroom er dus bij.

Nog wat bier op Yuma Cemetery