Versierde kruisen

Ik wil ze opnieuw bezoeken, de onbekende doden van Terrace Park Cemetery.
De graven fotograferen waar ik de vorige keer niet aan toe kwam.
Mij staat niet helder voor de geest welke rijen ik toen koos. Maar desnoods zitten er wat dubbels bij.
In elk geval kan ik pebbles/marbles achterlaten.

Over de goed bijgehouden relatief kleine begraafplaats loop ik op 14 mei 2011 naar achteren. Stap over de ketting, loop het lange pad af. Maak een foto: aan het eind van dit pad achter die heg, daar is het.

Ik ben bij de heg en: een wonder.
Alle graven hebben kleurige kleine kruisjes.
Iemand heeft voor de doden gezorgd.

Ik ga dichterbij. Elk kruis heeft een ‘Niet vergeten’ als tekst, meest in het Spaans, een enkele keer in het Engels.
Alle kruisen zijn anders. Met de hand beschilderd. Sommige erg mooi.
Helaas zijn er ook al wat omgevallen en afgebroken. Voor zover mogelijk leg ik ze als ze zijn weggewaaid dichter bij hun steen.

Ik fotografeer de rijen 1 t/m 6 en een paar stenen met kruisen op rij 1A.
Veertig doden op een rij. Samen ongeveer 250.
Ik neem me voor over twee weken terug te gaan.
Voor de andere zes+ rijen.

Ik zal vast stenen van John en Jane Doe’s fotograferen die ik al eerder op Find a Grave zette.
Maar nu kan ik daar een mooiere foto aan toevoegen.
Niet langer een simpele steen met John Doe en Row zoveel nummer zoveel.
Maar een eigen kruis erbij. En wat pebbles. Die ik nooit fotografeer omdat ik dat ervaar als een soort geschiedvervalsing.
Niet vergeten.

Ik heb moeite me van het armenveld los te maken.
Wat een geweldige mensen hebben dit gedaan.
De Border Angels misschien?

John Doe na John Doe na Jane Doe

Wanneer ik op 14 mei 2011 op deze begraafplaats ben wil ik alle stenen fotograferen.
Zodat ik alle, meest naamloze, doden tzt een plaats kan geven op Find a Grave.
Omdat elk mens die plaats waard is. Ook al blijft er niets meer van haar of hem over dan een baksteen met ‘John Doe’ of ‘Jane Doe’ en het nummer van de rij en het graf: Row 5 – 7.
Op die manier.

Ruim tweehonderd foto’s neem ik.
Systematisch.
Helemaal klaar ben ik dan niet maar wel tot op ongeveer de helft.

Drie dagen geleden begin ik met de stenen 1 voor 1 op Find a Grave zetten.
Nadat ik eerst een lijst heb gemaakt (handmatig, je kunt er niet op sorteren) van de John en Jane Doe’s die ik al eerder heb toegevoegd. Slechts te onderscheiden op hun rijen met nummers.
Wat al behoorlijk troosteloos is.

Ik bewerk elke foto, voeg elk individu toe, neem die dan ook op in mijn Virtual Cemetery van de Lost Souls en deel bloemen en kaarsjes en engelen en soms een tekst uit.
Wat warm and fuzzy voelt. In het begin.

Dan heb ik tachtig of misschien honderd of misschien nog meer mensen toegevoegd en ik merk steeds meer dat ik er genoeg van krijg. Omdat het sáái is. Al die John Doe’s.
Een enkele Jane zorgt voor afleiding. Maar de meeste zijn toch Johns en de kruisjes gaan ook steeds meer op elkaar lijken.

Nog meer dan 100 te gaan, zie ik.
En denk stiekem: zal ik ze een tijdje laten liggen. Eerst wat *leukers* doen.
Mooie engelen en andere beelden, mooie levens- en doodsverhalen.

Waarmee ik me schuldig maak aan dat wat ik wil voorkomen. De naamloze doden afdoen als verwisselbare wezens.
Niet als individu relevant. Omdat ik hun geschiedenis niet kan achterhalen.

Niet doen dus.
Doorstomen. John Doe na John Doe na John Doe.
Zoals ze ook 1 voor 1 na elkaar in de woestijn van Imperial County zijn gevonden.

Yuma Cemetery – 3 (Old section)

Wanneer ik op 7 mei 2011 opnieuw Yuma Cemetery bezoek, word ik me erg bewust van wat Liesbeth bedoelde in een commentje met ‘weg van de waan van de dag’.
Er zijn weinig begraafplaatsen waar ik me zo ‘tussen de doden’ voel.

Op weg erheen weet ik nog niet welk deel ik zal bezoeken.
Langzaam over de paden rijdend zie ik in het fraaie katholieke deel twee mannen aan het werk bij een graf. Zo te zien knappen ze een steen op. Morgen eens kijken, denk ik. En rijd door naar het verste deel met de aller armoedigste stenen. Ik vermoed dat dit het oudste deel is.

Alleen: het ligt op enkele tientallen meters van een klein parkje (meer een grasveld) waar zwervers rondhangen.
Ik ben niet overdreven bang maar als ik zelf arm was en ik zag een vrouw met een grote auto aanrijden en dan met alleen een camera tussen graven rondlopen zou ik wellicht ook op rare gedachten komen.
Dus parkeer ik verderop en loop naar waar de laatste tien jaar wordt begraven en waar op enkele uitzonderingen na identieke saaie stenen staan.

Door elkaar gewone arme mensen en John Doe’s resp. Unidentified Skeletal Remains (waarop dan staat dat de geboortedatum onbekend is en de sterfdatum ook maar een ‘Gevonden’ datum hebben ze wel).
Mij valt op hoe weinig graven worden onderhouden. Al na een paar jaar (en soms: direct) trekken de achterblijvers de handen er vanaf.
Er zijn uitzonderingen. Met engelen en prullaria.

Een enkel graf stikt van de kunstbloemen.
In het graf ernaast (Unidentified Female) is ook een bosje kunstrozen geprikt.
Zou iemand als ik dat hebben gedaan. Vanwege het contrast. Denkend: dat ene bosje, dat mag vast wel. Het is deze vrouw die eeuwig onbekend zal blijven en aan wier graf nooit nabestaanden iets liefs nalaten, zo gegund.

Of zou de familie van het overladen graf het zelf hebben gedaan? Denkend: ze rusten samen, zij mag ook wel iets leuks hebben in haar leven na de dood.

Daar kan ik uren over nadenken.
En liefst zou ik voor al deze doden iets meenemen. Voor de onbekende botten en voor wie na een paar maanden al geen bezoek meer kreeg.

Jane en John Does en John Hare

Parker Cemetery was de eerste begraafplaats waar ik stenen zag voor John Doe en Jane Doe.
Ze troffen me zo dat ik me tot taak stelde zoveel mogelijk John en Jane Does een plaats te geven op Find a Grave, waar ik een Virtual Cemetery oprichtte voor diegenen die nog niet door anderen waren gevonden.
De meeste vond ik tot nu toe op Yuma Cemetery – waar ik er vast nog veel meer zal vinden wanneer ik die begraafplaats vaker bezoek.

Dit waren mijn eerste Does. Gevonden op Parker Cemetery.

 
 

Op 4 oktober 2010 bezoek ik deze begraafplaats opnieuw.
Nu bekijk ik vooral het oude, arme deel dat The Garden of Hope heet. Met erg veel vervallen graven, afgebroken kruisen, onleesbare stenen. Graven zonder stenen.
Zeer goed mogelijk dat een deel ervan Jane en John Does betreft. Maar ik vind maar twee graven die als zodanig te herkennen zijn.
Er zijn er meer op deze cemetery, want er staan er meer op Find a Grave. In The Garden of Tranquility, tegenover The Garden of Hope. Die bezocht ik nog niet.

Dit zijn de graven die ik zag in The Garden of Hope.

 

Omdat ik graag het graf van mijn eerste Jane Doe wou bezoeken liep ik naar het deel van de begraafplaats direct achter de ingang waar het moest liggen.
Ik begrijp er niets van, maar ik vind haar niet. Het zal aan mij liggen, te lang al aan het dwalen, te warm.

Wat ik wel vind: deze steen. Ik vermoed dat de man als onbekende is begraven en later toch is geïdentificeerd. Hoe? Geen idee.
En wat ik ook niet begrijp is dat hij dan een steen krijgt met zijn echte naam en een ‘aka’ John Doe.
Alsof er anders verwarring zou ontstaan omdat iemand op zoek zou zijn naar John Doe #128 en dat graf dan niet zou kunnen vinden omdat de onbekende intussen een naam heeft.

Lost Souls

Ik heb het gedaan, zelf een Virtual Cemetery gemaakt op Find a Grave.

As a Find A Grave contributor, you can build Virtual Cemeteries to group listings in whatever way you would like. For example, you might make a ‘Smith Family Virtual Cemetery’ where you would place all of the members of your Smith family tree. Other examples: ‘My Favorite Actors’ or ‘Memorials I Visit Often’.

Op Parker Cemetery fotografeerde ik vijf graven van Jane en John Does die door niemand anders op Find a Grave waren vermeld.
Soms gebeurt dat wél: dat iemand heel consciëntieus álle graven afloopt met een notitieblokje. Ook de JD’s halen dan de lijst (maar zelden met foto).
Deze vijf voegde ik eerst toe aan Parker Cemetery op Find a Grave en bracht ze toen samen in een virtueel kerkhof.
(Ik zet er meteen in gedachten een mooie, rk kerk bij, met een Mariabeeld en vooruit: een groot kruis)

Lost Souls noem ik mijn kerkhof.

Er is nog een Jane en John Does virtual cemetery (dat ik al eerder noemde).
De maker daarvan heeft twaalf virtuele begraafplaatsen. Een van mensen die op dezelfde dag (29 oktober) zijn geboren. Een ‘gone too soon’ . Een voor katten.
Want Find a Grave zegt nog net niet ‘pets are people too’ maar wel dat aangezien we er veel van kunnen houden we ze ook heel erg kunnen missen wanneer ze dood zijn.
Wie en wat wordt gemist, mag worden herdacht.
Ook met een virtuele begraafplaats.

Jane Doe

Opeens moet ik denken aan Jane Doe.

Het kan niet anders of ik moet haar eerder zijn tegengekomen. Maar het voelde alsof het voor het eerst was toen ik haar zag bij mijn bezoek aan de begraafplaats van Parker, Arizona.

Ik was er op 1 juni 2010 en ik had een snel rondje gemaakt (klik-klak en denkend: hier moet ik naar terug als ik meer tijd heb). Toen zag ik haar. Ik dacht: wat erg. Wat is er met je gebeurd. Kreeg je een ongeluk? Kwam je om van honger, van drugs. Werd je vermoord? Was je een kind, een vrouw, een baby, een oude vrouw. Wie was je.
Is er een plechtigheid voor je gehouden? Wie betaalde dat? Wie betaalde je steen?
Is er naar je gezocht? Zijn er nog steeds mensen die naar je zoeken? Hoe moet dat verder met die mensen en met jou en – met mij. Waarom heb ik geen -desnoods plastic- bloem voor je bij me.
Voor het eerst voelde ik me een nare voyeur.

Ik google op haar. Jane Doe Parker en de datum. Niets.
Wel vind ik a virtual cemetery met 26 Jane en John Doe’s.
Met 1 Jane Doe die na 55 jaar wél een identiteit heeft gekregen (en een nieuwe steen) dankzij fanatiek speurwerk van een vrouw uit Boulder, Colorado, Sylvia Pettem. Fanatiek vanuit de gedachte dat ‘Jane Doe,  Age About 20 Years’ zoals op de steen stond ‘somebody’s daughter’ was.
Het bleek Dorothy Gay Howard te zijn en toen ze vermoord werd was ze achttien jaar.
Ze is in mei 2010 herbegraven met een mooie, nieuwe steen naast de oude.